Earth Restorative Justice
Restorative approaches to ecological harms

Op zoek naar mensen met lef...

In 2015 interviewde ik emeritus mensenrechten professor Burns Weston voor mijn hoofdstuk Voices for the Earth in het boek Transforming Justice. Ik was onder de indruk van zijn kennis maar ook van zijn idealisme, dat na 50 jaar in het vak nog niet gesleten was. Tot mijn grote schrik overleed hij kort na ons gesprek. Het stemde me verdrietig maar ik voelde me ook dankbaar dat ik de kans had gekregen om hem te spreken en hem in mijn publicatie aan het woord te laten.
Door deze ervaring en doordat ik zoveel plezier beleef aan het doen van interviews, vatte ik het plan op om meer groene pioniers te interviewen. Professionals die op hun vakgebied een nieuw pad bewandelen in het denken over de relatie tussen mens en Aarde. Ik was nieuwsgierig naar hun visie, maar ook naar wat hen persoonlijk motiveerde om zich in te zetten voor een gezonde relatie tussen mens en Aarde en hoe zij hun ideeën in de (soms weerbarstige) praktijk brachten. Mij werd duidelijk dat deze mensen, naast hun liefde voor de Aarde en creatieve manier van denken, ook een flinke portie lef met elkaar gemeen hadden.

Hieronder kun je fragmenten uit deze interviews lezen. Aan het woord komen Polly Higgins, onvermoeibare pleitbezorgster van het verbieden van Ecocide; Marianne Thieme, leidster van de Partij voor de Dieren; jurist Jan van de Venis, waarnemend Ombudspersoon Toekomstige Generaties; Jan Juffermans, grondlegger van het denken over de Ecologische Voetafdruk in Nederland; Roger Cox, advocaat van de Klimaatzaak; Digna de Bruin, 'Rechtmaker' en advocate voor bomen; Jasha van der Wel, groene vernieuwster in de dance- en festivalindustrie, Jelle de Jong, voormalig Shell-medewerker en nu directeur van het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid, Cormac Cullinan, de schrijver van het boek Wild Law en de president van het Internationale Tribunaal van de Rechten van de Natuur en Manon Danker, sociologe, milieukundige en trainster in het Werk dat Verbindt.

Advocate voor de Aarde Polly Higgins



Polly Higgins is een Schotse advocate, milieu-activiste en de bekroonde schrijfster van het boek Eradicating Ecocide. Sinds 2008 staat haar leven in dienst van haar visie om Ecocide – grootschalige vernietiging en beschadiging van Ecosystemen – strafbaar te stellen. Om dat te bereiken reist ze de wereld over en spreekt ze voor Verenigde Naties, de Europese Unie, het Internationaal Strafhof, op Klimaattoppen en met regeringsleiders wereldwijd. In 2018 creëerde ze Mission Lifeforce: een steunfonds dat kleine eilandstaten financieel helpt om het verbod op Ecocide binnen het International Strafhof te realizeren en dat donateurs juridische ondersteuning biedt wanneer ze zelf als 'Aardebeschermer' op basis van gewetensbezwaren ecocide voor de rechter aan vechten.

Grote Vragen

Ik denk dat de stem van de Aarde in ieder van ons is. Waar het op aankomt is of we ervoor kiezen ernaar te luisteren. En dat luisteren begint met het stellen van de juiste vragen. Ik ben geïnteresseerd in de grote vragen die onze grenzen verleggen en ons inzicht vergroten. Die ons oproepen onze creativiteit in te zetten om een betere wereld te scheppen, de vragen die de mensheid werkelijk verder helpen in onze evolutie. Als je vragen stelt die in dienst staan van iets groters dan jezelf, open je de deur voor een groot avontuur. Ik besefte het destijds niet, maar ik heb zo'n deur geopend toen ik mezelf de vraag stelde “hoe creëren wij een zorgplicht om de Aarde te beschermen?”.

Als ik terugkijk zie ik dat alles in mijn leven heeft geleid naar het moment waarop ik in een Londense rechtsbank stond, wachtend op het eindoordeel in een zaak waaraan ik al jaren werkte. Ik verdedigde een man die door een arbeidsongeval zwaar gewond was geraakt. Ik keek door het raam naar de bomen die buiten stonden en besefte opeens dat ook de Aarde zwaar gewond was, en net als mijn cliënt een sterke advocaat nodig had. Dat was een cruciaal keuze-moment in mijn leven, en ik geloof dat we slechts een beperkt aantal van dat soort momenten hebben waarop we kunnen kiezen om of door te gaan op hetzelfde pad, of om een spannende nieuwe weg in te slaan die ons leven op een heel ander spoor brengt. Voor mij was dát het moment waarop ik besloot mij niet langer tot het vertrouwde terrein van de advocatuur te beperken, een vak dat ik goed in mijn vingers had en dat mij een aangenaam leven – een goed salaris en een mooi appartement – had bezorgd. Ik had alles geleerd wat ik als advocate leren kon, maar deze kennis vormde nu het fundament voor mijn nieuwe werk als advocate voor de Aarde. Het was tijd voor een nieuw hoofdstuk in mijn leven.

Geboorte van een visie

Ik kan je vele voorbeelden van dit soort synchroniciteit uit mijn leven geven. Ik zie dat soort gebeurtenissen niet zozeer als toeval, ik zie ze als signalen dat je op het juiste pad zit. Als zo'n kans zich voordoet, is het aan ons om hem aan te grijpen. Omstandigheden in je leven kunnen als het ware naar je toe 'bewegen' om je in staat te stellen antwoorden te vinden op de vraag die je stelt, zodat je de volgende stap kan zetten in je queeste. Diep luisteren, ruimte nemen en innerlijk werk zijn cruciaal om een nieuwe visie in jezelf geboren te laten worden. Sommige mensen noemen dat het identificeren van je levensdoel. Een andere manier om daarnaar te kijken is dat je grote vragen je naar je levensdoel toeleiden. Ik denk zelf dat wat ik nu doe slechts een onderdeel is van mijn grotere doel. Dus ik stel nog steeds vragen waar weer dieper inzicht uit voortkomt.

Om de vraag 'hoe creëren we een juridische zorgplicht voor de Aarde' te beantwoorden ging ik allereerst onderzoeken hoe we rechten aan de Aarde zouden kunnen toekennen. De volgende vraag was hoe we die rechten zou kunnen afdwingen. Het antwoord daarop was dat we de verplichting moeten creëren om de rechten van de Aarde te beschermen, wat ook betekent dat je inbreuk op die rechten van de Aarde moet verbieden. Daar komt het strafrecht aan te pas, en zo kwam ik op het idee om Ecocide – grootschalige vernietiging en beschadiging van ecosystemen – strafbaar te stellen. [Lees meer over Polly's visie om Ecocide te verbieden in mijn Engelse interview met haar, opgenomen in het PDF-bestand Voices of the Earth, FW]

Zorgplicht voor de Aarde

Het dominante verhaal dat het huidige rechtssysteem ons vertelt is het verhaal van eigendom. Het is een verhaal dat mens en Aarde van elkaar loskoppelt. Het is een heel jong verhaal, slechts een paar honderd jaar oud, waarin eigendom en eigendomswetgeving het zwaarste wegen zonder dat er oog is voor de gevolgen daarvan voor de samenleving en de natuur. Het systeem van eigendom focust zich op de belangen van een kleine groep mensen, ten koste van het welzijn van de meerderheid.

Ik wil dit verhaal omdraaien zodat gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen centraal komen te staan, die eerlijk verdeeld en duurzaam beheerd zouden moeten worden in de plaats dat ze het exclusief bezit zijn van een kleine elite. Een verhaal waarin wij hoeders zijn van de natuur in de plaats van eigenaren. Het recht kan gebruikt worden om iets te verbieden, en om iets mogelijk te maken. Beiden zijn belangrijk: wat wil je inperken of verbieden en wat wil je mogelijk maken? Eigendomswetten die de belangen dienen van een kleine groep mensen maken enorme winsten mogelijk voor deze groep, terwijl ze de bewegingsruimte en vrijheid van de meerderheid inperken. Maar als je dat omdraait en als je goed hoederschap voor natuurlijke goederen centraal stelt, dan beperk je de schade die een kleine groep mensen kan aanrichten en dien je het belang van de meerderheid. Je plaatst het gemeenschappelijk belang bij een gezonde en evenwichtige verdeling van natuurlijke goederen centraal en de zorgplicht voor de natuur is daarin de belangrijkste regel. Deze zorgplicht voor de natuur bestaat niet in het systeem van eigendomswetgeving zoals we dat nu kennen.

Dit verhaal van een zorgplicht en hoederschap voor de Aarde steekt op verschillende plekken in de wereld en in verschillende gedaantes de kop op. Dat is altijd het geval als er een fundamentele verandering aan zit te komen. Het nieuwe gedachtegoed verrijst gelijktijdig in verschillende delen van de wereld, totdat er een kritieke massa wordt bereikt en het systeem omkantelt. De Klimaatzaak was zo'n moment. Het is een zeer belangrijke zaak die een precedent schept voor de rest van de wereld en burgers uit andere landen bemoedigt om ook op te staan en soortgelijke rechtzaken te starten. In de Verenigde Staten heb je de Atmospheric Trust Litigation, rechtzaken waarin jonge Amerikanen de statelijke en federale overheid aanspreken op hun zorgplicht om de atmosfeer zo intact mogelijk door te geven aan volgende generaties. En in Guatemala wordt er nu geëxperimenteerd met het inschakelen van burgers om strafzaken aanhangig te maken tegen bedrijven die het milieu op grote schaal verontreinigen. De burgers signaleren de milieu-schade en kaarten de zaak aan bij het justitiëel apparaat, waarna het Openbaar Ministerie tot vervolging overgaat waardoor ook de kosten van het proces voor de rekening komen van de staat.

Systeemverandering

Als tiener ging ik naar een Jezuïten-school waar je niet voor je beurt mocht spreken, waar je geen vragen mocht stellen, een school die zeer autoritair werd bestuurd. Het tegenovergestelde van waar ik me goed bij voel, maar soms kan je juist leren van dingen in je leven waar je het fundamenteel mee oneens bent, omdat je dan de expliciete beslissing neemt om het zelf anders te gaan doen. Toen ik 16 was werd ik van school gestuurd omdat ik me had verzet tegen het heersende paradigma. Dat paradigma was het gebruik van geweld om leerlingen onder controle te houden. Een klasgenootje van mij werd gestraft, en uit angst voor de dreigende aframmeling plaste hij in zijn broek. Ik zag de urine langs de binnenkant van zijn been lopen en werd zo kwaad dat ik de leraar in zijn gezicht sloeg. Binnen een half uur stond ik buiten de schoolhekken. Toch was deze ervaring heel belangrijk voor mij, omdat ik had besloten te weigeren nog langer medeplichtig te zijn aan een schadelijk systeem.

Nu zie ik in dat geweld met geweld beantwoorden niet de juiste manier is, maar op die leeftijd had ik nog niet de vaardigheden om een gesprek over geweldloze communicatie aan te gaan met de leraar in kwestie. Nu heb ik die vaardigheden wél en ik gebruik ze in dienst van mijn werk om de Aarde te beschermen. De belangrijkste les voor mij uit deze gebeurtenis was dat de school mij wel moest afwijzen, omdat ik weigerde nog langer mee te doen met het systeem. Als je weigert je nog langer te voegen naar een systeem, kun je óf weglopen, of het systeem zal je zelf afwijzen. En eigenlijk pakte dat prima uit voor mij. Want toen ik van school werd gestuurd kwam ik op een veel prettigere school terecht, waar geweld niet aan de orde was, waar ik me gezien voelde en waar men mij zelfs naar mijn mening, gedachten en gevoelens vroeg – iets wat ik daarvoor nooit ervaren had.

Het is vaak erg moeilijk om een systeem van binnen uit te veranderen. Maar als er binnenin het systeem mensen zijn wier hart openstaat voor verandering, en als zij de kans krijgen om sprekers van buiten uit te nodigen, is dat een heel vruchtbare manier om een gesprek met het establishment aan te gaan over de noodzaak tot verandering. Het risico en de verantwoordelijkheid ligt dan bij de persoon die van buiten af uitgenodigd wordt, die met een progressieve visie komt en de vrijheid neemt om daar over te spreken, en niet bij het establishment zelf. Dat maakt het voor zo'n bedrijf of organisatie laagdrempelig om het gesprek aan te gaan. Grote ideeën ontstaan nooit in het centrum van de gevestigde orde. Die beginnen altijd aan de rand. Dat is het principe van permacultuur: in de marge van het systeem vindt de meeste bio-dynamische activiteit plaats. En als je naar een menselijk ecosysteem kijkt, zie je eveneens dat aan de periferie het meest innovatieve en grensverleggende denken plaatsvindt.

Innerlijke ecocide

Als je werkt aan een groot doel als het verbieden van Ecocide, is het belangrijk om jezelf de tijd te geven om ook het innerlijke werk te doen. Wat houdt je van binnen tegen, welke angsten en overtuigingen verhinderen je om ten volle te leven en optimaal bij te dragen? Dat zijn vaak overtuigingen die het resultaat zijn van culturele, maatschappelijke en ouderlijke conditionering. Je kunt besluiten om die overtuigingen los te laten en je vrij te maken zodat je de mentale en emotionele ruimte krijgt om je zoveel mogelijk in dienst te stellen van de grote vragen die deze tijd aan ons stelt.

Het is ook een kwestie van versimpelen. Wat heb ik niet echt nodig in mijn leven? Welke letterlijke en figuurlijke bagage kan ik loslaten? Het gaat er in essentie om dat je besluit leiding te nemen over je eigen leven. Dat is het krachtigste wat iemand kan doen: de touwtjes in handen nemen van je eigen leven en je niet langer onderwerpen aan de grillen van de roddelpers, de massamedia en het politieke circus, die allerlei informatie op ons afvuren die er slechts toe dient om ons in een staat van complete machteloosheid achter te laten. De beslissing om de regie over je leven in handen te nemen is een politieke daad: een handeling van zelf-beschikking.

Als je eenmaal die beslissing hebt genomen ga je er zelfs van genieten om de best mogelijke keuzes voor je eigen leven te maken. Je bereikt dan het punt waarop je bewust kiest of je wel of niet dagelijks televisie wilt kijken, omdat je nagaat hoe dat op je uitwerkt. Krijg je er energie van of slurpt het je energie op? Je hebt de keuze om schadelijke patronen in je leven – die ik de 'innerlijke ecocides' noem – te doorbreken. Zo maak ik onderscheid welk nieuws ik wel en niet wil kijken. Omdat ik oplossingsgericht naar het leven kijk, kies er ervoor om oplossingsgericht, constructief nieuws tot me te nemen, want dat voedt mij in het werk dat ik doe in de wereld. Daardoor ben ik in staat om op hoger niveau informatie te assimileren en lange tijd achter elkaar door te werken en toch energiek te blijven.

Ik heb een hoog energie-niveau doordat ik goed oplet wat mij energie geeft en wat mij energie kost. Het geeft me energie om mij met de natuur te verbinden, om letterlijk de Aarde aan te raken met mijn lichaam. Om deze reden ben ik verhuisd naar het platteland. Ik voel me diep gevoed door de gemeenschap van innovatieve, natuur-minnende mensen om me heen, die net als ik een diepe drang hebben om hun grenzen te verleggen. Voedsel is ook heilig voor mij. Ik eet graag voedsel dat niet alleen organisch maar ook bio-dynamisch is. Het is zo belangrijk om zowel op lichamelijk als mentaal en geestelijk niveau gevoed te worden. En ik zoek niet alleen voedende mensen en gebeurtenissen op, ik trek ze ook aan door op de manier waarop ik in het leven sta.

Partij voor de Dieren-leidster Marianne Thieme



Marianne Thieme is de spraakmakende fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer. Ze is juriste, dieren-activiste, schrijfster. Haar laatste boek “De Kanarie in de Kolenmijn” schreef ze samen met Ewald Engelen. Ze heeft twee dochters.

Eye-opener

Ik was als kind al geïnteresseerd in groene onderwerpen en keek vol bewondering naar mensen die in een bootje de zee opgingen om walvissen te beschermen, zoals Greenpeace, of die zeehonden beschermden door verf op de huidjes van jonge baby zeehonden te brengen zodat ze niet konden worden doodgeknuppeld. Het was voor mij een eye-opener, toen ik op School TV die zeehondenjacht zag, dat die jacht door volwassenen werd uitgevoerd terwijl ik als kind – ik was een jaar of 10 – altijd het idee had dat je als je volwassen bent weet van goed en kwaad, en regels maakt waar goed over na is gedacht. Regels die ordening aan de wereld geven, waardoor we op een zo goed mogelijke manier met elkaar omgaan en zorgen voor elkaar. Toen bleek dat dat dus helemaal niet per definitie zo was, dat als je volwassene bent, je weet hoe je zo min mogelijk schade toebrengt. Sterker nog, om geld te verdienen leek alles geoorloofd te zijn, zoals die zeehondenjacht. Dat was voor mij als kind een enorme eye-opener. Ik werd me ervan bewust dat als ik mijn gevoel van verbondenheid met de natuur en met de dieren wilde behouden, ik het zou moeten koesteren. Want ik zag dat volwassenen dat niet zomaar nog hadden. Ik zat een keertje in het veld te genieten van de natuur samen met een vriendinnetje, en voelde me heel erg één met de natuur. Het onderscheid tussen mij en de natuur was er eigenlijk niet. Dat fijne, harmonieuze gevoel, dat wilde ik behouden. Ik ben het eigenlijk nooit kwijtgeraakt en wil het mijn kinderen ook laten zien. Ik denk dat elk kind dat in het begin heeft, dat gevoel van verbondenheid.

Maar we leven in een gebroken wereld. Een wereld waarin de mens zich buiten de natuur plaatst. Wat mij opviel toen ik wat ouder werd was dat wanneer mensen opkwamen voor de planeet, de natuur, het zo'n abstract verhaal werd. Als ik dan vroeg 'wat vind je er dan van dat die hond wordt mishandeld?', dan had dat opeens niets meer met de natuur te maken. Want de aarde was iets groots, waar wij voor moesten zorgen vanuit het gevoel dat wij mensen dan zouden kunnen voortbestaan. De natuur en met name dieren zijn er voor de mens, ook in de visie van de meeste groene organisaties. Dat mens-centrale denken, daar heb ik me altijd tegen verzet. We moeten onze prachtige planeet beschermen en ál zijn bewoners: mens én dier. We moeten eco-centraal denken.

Verlegenheid

Op de een of andere manier wisten mijn buurjongetjes en buurmeisjes dat ik me bekommerde om het lot van dieren. Ik herinner me nog de allereerste keer dat ik geconfronteerd werd met de verantwoordelijkheid om iets te doen tegen leed, en ook de machteloosheid die je daarover kunt voelen. Mijn buurjongen kwam met een aangeschoten eend bij mij. De eend leefde nog, zijn vleugel was kapotgeschoten. Hij vroeg aan me, “wat moeten we nu doen”? Ik was denk ik 12 en dacht 'Ik kan niks. Wat moet ik doen?'. Dat voelde heel machteloos, maar tegelijkertijd besefte ik dat ik kennelijk uitstraal iets te kunnen doen tegen onrecht. Dat kwam vaak op mijn pad, ook als het ging om een kind dat gepest werd. Dan stond ik op om het te beschermen. Terwijl ik het heel eng vond om in de klas te vertellen wat ik ergens van vond, ik weet nog wel dat ik er altijd heel emotioneel van werd. Maar omdat er zo'n sterke drang in mij was tegen onrecht, overwon ik die verlegenheid. Langzamerhand word je rol in het leven zo een beetje duidelijk.

Toen ik vele jaren later de Partij voor de Dieren oprichtte samen met vier anderen, dachten we na over wie de woordvoerder zou worden van de partij. We dachten eerst aan een Bekende Nederlander die goed gebekt was en van dieren hield, maar we vonden het toch te onvoorspelbaar hoe dat uit zou pakken. Toen wezen alle vingers naar mij: 'dat ga jij doen'. Ik weet nog dat ik dacht, 'waarom moet ik dat nou weer doen, want ik vind het spannend om en public dingen te zeggen'. Maar mijn idealen overwonnen elke schroom. Dat is een bonus die je erbij krijgt.

Politiek als bewustzijnsinstrument

Ik zie politiek als een instrument om onderwerpen in de maatschappij en bij politici te agenderen die nooit of te weinig aan bod komen. De traditionele politiek is vooral gericht op wetgeving naar aanleiding van een maatschappelijk debat. De Partij voor de Dieren brengt dat maatschappelijke debat in het parlement.

Maartje Janse heeft in haar boek “De afschaffers: publieke opinie, organisatie en politiek in Nederland 1840-1880” een interessante parallel getrokken tussen de Partij voor de Dieren nu en de afschaffers van de 19e eeuw. De afschaffers waren gelegenheids-politieke bewegingen rondom slavernij, alcoholmisbruik, en vrouwenrechten. Politieke en sociale bewegingen die misstanden aan de kaak stelden en die hun verschillen opzij zetten voor het overstijgende belang.

De Partij voor de Dieren verbindt mensen met zeer uiteenlopende achtergronden voor het overstijgende belang, namelijk het behoud van onze planeet en de bescherming van de kwetsbaarsten. Dit eco-centrale denken mondt uit in vier beginselen die als toetsstenen fungeren voor het ontwikkelen van standpunten op alle andere onderwerpen die in eerste instantie verder af staan van de groene missie van de partij: mededogen, duurzaamheid, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Een geheel nieuwe politieke stroming die je niet in een links of rechts hokje kunt plaatsen. We zijn de enige politieke partij in de Kamer die systeemkritiek uit op de wijze waarop we onze economie hebben georganiseerd. Expressieve politiek wil een echte systeemverandering, en daarin is de Partij voor de Dieren uniek in Nederland.

Onverschrokkenheid

Om de stap te zetten van inspiratie naar actie heb je onverschrokkenheid nodig. In een samenleving waarin de 'doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg'-mentaliteit heerst, word je bekritiseert als je een heel sterk profiel hebt. De geschiedenis leert dat de boodschapper van het nieuws dat het anders moet, vaak persoonlijk wordt aangevallen of verdacht wordt gemaakt. Zodoende hoef je de boodschap niet serieus te nemen. Dat overkomt ook mij zo nu en dan. Toen ik net was geïnstalleerd als Kamerlid bijvoorbeeld, vielen sommigen me aan omdat ik christen ben. Je zult tegenkrachten ervaren zodra je je kop boven het maaiveld uitsteekt, mensen tegenkomen die jou als boodschapper van een ongemakkelijke boodschap proberen te bestrijden. Ze proberen je ongeloofwaardig te maken. Het hoort er allemaal bij.

Als idealist en wereldverbeteraar heb je mensen om je heen nodig die net als jij willen knokken voor een betere wereld. Samen sta je veel sterker in een wereld die ogenschijnlijk niet op je zit te wachten. Je hoeft je ook niet te richten op de meerderheid, maar op de groeiende groep mensen die twijfelen aan de wijze waarop de samenleving op dit moment georganiseerd is. Elke sociale beweging -de antislavernijbeweging, de vrouwenbeweging noem maar op, is ooit begonnen met een kleine groep betrokken mensen die eerst genegeerd werden, toen geridiculiseerd en zelfs werden bestreden. Uiteindelijk wonnen ze.

Je hebt voorlopers en je hebt volgers. Ik nodig iedereen uit om een voorloper te zijn. Het is zoveel mooier om je eigen weg vrij te maken dan de weg van een ander te bewandelen. Je kunt kiezen voor de begaande paden, zonder een voetafdruk achter te laten die er anders uitziet, of je kunt ervoor zorgen dat je het verschil maakt en de wereld ietsjes beter achter laat dan hoe je hem aantrof.

3 tips van Marianne:

1) Verschuil je niet om je idealen. Schaamte is de grootste hindernis voor mensen om uitgesproken de wereld in te gaan en inspirerend te zijn voor anderen. Wees een inspiratie voor anderen door je idealen uit te dragen, zonder dat je bang bent dat mensen je gek vinden.

2) De pessimist heeft altijd ongelijk. Als je begint met iets creatiefs, komen mensen altijd met goedbedoelde tips waarom het niet kan en wijzen je op de beren op de weg. Maar met idealisme werkt het zo dat je op een brug loopt, terwijl je die bouwt. Dat is een hele spannende brug om over te lopen, maar denk in mogelijkheden, niet in onmogelijkheden. Laat je niet door pessimisme ontmoedigen. Mensen die denken in onmogelijkheden, dat zijn de conformisten, de mensen die volgen. Als jij een pionier wilt zijn, moet je niet naar hen luisteren, want dat past niet bij je missie.

3)    Als je veel tegenstand voelt, dan ben je in het algemeen op de goede weg. Als je veel het gevoel hebt dat je emoties losmaakt van hoop, maar ook woede of ongeloof of als mensen je belachelijk gaan maken, dan ben je kennelijk zichtbaar en beroer je mensen. Dat is een goed signaal dat je vooral door moet gaan. Wees alert op die signalen. Als het allemaal comfortabel voelt, dan zou je er een stapje bij moeten doen. De wereld verbeteren is niet comfortabel.

Ombudspersoon Toekomstige Generaties Jan van de Venis



Jan van de Venis is mensenrechten advocaat en eigenaar van het Amsterdamse kantoor 'JustLaw', dat gespecialiseerd is in mensenrechten, milieu en ondernemen. Hij is bestuurder van NGOs
als StandUpForYourRights, The Crowd Versus en Fossielvrij NL, voorzitter van Nationaal Park Duinen van Texel en vice chair van het mondiale Network of Institutions for Future Generations. In 2016 heeft hij zich opgeworpen als waarnemend Ombudspersoon Toekomstige Generaties voor Nederland: op Facebook en Twitter kan je zijn werk volgen.

Losdenken & Invoelen

Mijn stem van de Aarde is de stem die mensen oproept zich aan twee dingen te verbinden: aan lange termijn-denken voor onszelf en voor toekomstige generaties, en aan verbinding met de natuur. Ik roep op om onszelf weer terug te plaatsen in het ecosysteem van de Aarde. Wij zijn hiermee onlosmakelijk verbonden, maar sinds de Verlichting en de Industriële Revolutie hebben wij ons daar steeds meer uit 'gedacht'. We hebben ons toen ineens losgeworsteld van de onderdrukking van religieuze en feodale systemen, én wij hebben ons in ons hoofd geleidelijk losgewor(s)teld van de Aarde, want tegelijk met de technologische vooruitgang ging onze natuurlijke band met de Aarde, die via ons voedsel liep, verloren.

Nu mogen we ons er weer 'invoelen' – dat noem ik als tegenhanger van ‘de Verlichting’ wel eens ‘de Verliefding' – zodat we weer één worden met de natuur en zien dat we niet zonder die Aarde kunnen. Het water dat we drinken, de voeding die we krijgen, alles komt uit de Aarde voort. Alles wat we zijn, wat we dragen en gebruiken is natuur geweest of is natuur. Maar we eten de Aarde op, we putten grondwater-reserves uit, we kappen de regenwouden weg, we zorgen dat dieren uitsterven. Als mensheid als geheel zijn we in de basis eigenlijk onszelf aan het vernietigen. En dat kunnen we omdat we ons ervan los hebben gedacht. Op het moment dat je zegt 'mijn voeten staan in de Aarde, alles wat ik fysiek ben komt van die Aarde en ik ben verbonden met die leefwereld', dan besef je weer dat je deel van de natuur bent. Met de zwaartekracht die aan ons trekt houdt de Aarde ons ook letterlijk in de verbinding. Het is mijn stem dat die verbinding ook vanuit het recht zou moeten worden erkend.

Mondialisering

We komen uit een aantal decennia waarin de economie heilig was. Welvaart kwam op nummer één en welzijn liep er achteraan. Lange tijd had de economische groei nog niet zo'n impact op het enorme mondiale ecosysteem. Er waren wel steden waar teveel roet was, waardoor mensen ziek werden of zelfs doodgingen, wat werd opgelost met schonere kachels of door op bepaalde uren geen steenkolen te verbranden. De eco-destructie op grote schaal en aantasting van het milieu is eigenlijk pas de laatste 50 jaar echt duidelijk geworden. Sinds die tijd laat de Aarde symptonen zien van een soort griep, of erger nog, van een reactie op een soort parasiet die op haar leeft en haar schaadt en die de mensheid heet. De symptomen zijn zure regen, het gat in de ozonlaag, overbevissing, watertekorten en klimaatverandering. Een aantal van de genoemde problemen hebben we opgelost. Denken we. Maar als we klimaatverandering alleen maar als CO2- en fijnstofprobleem zien en ‘oplossen’, zonder naar de dieperliggende oorzaak te kijken, dan komt er na klimaatverandering vanzelf weer een nieuw ziekte symptoom.

Duurzaamheid en moraliteit hebben de mondialisering van de economie totaal niet bij kunnen houden. Er was niemand die zich daar voldoende hard voor kon maken en de beperkte draagkracht van onze ecosystemen werd ook nog niet gevoeld. Het was een typisch mannelijke economie, een heel dynamische en naar buiten gerichte kracht; dingen ondernemen, vrije marktdenken, maar niet bedenken wat, in verbinding met anderen en de Aarde, op langere termijn de marktbelemmeringen zouden zijn en daarvoor ook juridische waarborgen inbouwen.

We kunnen niet anders dan als mensheid weer verbonden raken met de Aarde; dat leert ook het economisch systeem van nu. Je ziet steeds meer opkomst van de circulaire economie, van het cradle-to-cradle denken, omdat de grondstoffen uitgeput raakten. We komen in de knel met onze eigen winkel- en bedrijfsvoering. Grote bedrijven zien dat we grondstofproblemen krijgen, zoals waterschaarste. Laten we onze samenleving en economie dan nu al met behulp van het recht – dat een ordeningsprincipe is – zodanig inrichten dat we er later, ook qua concurrentie-positie, beter voorstaan.

Ombudspersoon Toekomstige Generaties

Ik maak onderdeel uit van de Worldconnectors, een netwerk van prominente en betrokken Nederlanders zoals Herman Wijffels, Sylvia Borren en wijlen Ruud Lubbers die zich inzetten voor een duurzame wereld. Vanuit dit netwerk ontstond in 2013 het idee om in Nederland een Ombudspersoon voor Toekomstige Generaties in te stellen die de belangen van toekomstige generaties bewaakt en tegenwicht biedt aan het korte-termijn-denken dat nu domineert. Deze 'hoeder' voor toekomstige generaties moet als vice-Ombudspersoon geplaatst worden onder de Nationale Ombudsman en ervoor zorgdragen dat overheidsdiensten de rechten van toekomstige generaties beschermen en respecteren. Door als hoeder voor toekomstige generaties op te treden draagt de Ombudspersoon Toekomstige Generaties ook bij aan bewustwording van de lange-termijn effecten van ons overheidsbeleid op het welzijn van de Aarde. We zijn nu zaadjes aan het planten bij politieke partijen en het maatschappelijk middenveld om steun te verwerven voor ons voorstel. Na een oproep voor deze steun op Springtij in 2016, heb ik me opgeworpen als waarnemend Ombudspersoon, tot de Ombudspersoon Toekomstige Generaties of een vergelijkbaar instituut officieel wordt aangesteld.

De Ombudspersoon Toekomstige Generaties kan steun geven aan aspirant-'changemakers' uit de politiek en uit het bedrijfsleven. Die kan zelfstandig onderzoek doen naar bepaalde thema's, en daar data uithalen die steun geeft aan lange termijn keuzes binnen de politiek en het bedrijfsleven, waarbij je doorrekent wat er op lange termijn positief gebeurt. Deze heeft verschillende instrumenten ter beschikking: onderzoek doen, klachten behandelen, bemiddeling toepassen of uitspraak doen over beoogd handelen of nalaten door de overheid met impact op de belangen van toekomstige generaties. De Ombudspersoon Toekomstige Generaties wordt benoemd voor 5 of 6 jaar, dus over de politiek heen, buiten het electoraat. Hij zit niet in de waan van de dag van de politiek. Want zelfs de meer duurzame partijen zijn bezig met interne politieke spelletjes en hebben belang bij korte termijn resultaten om stemmen te winnen voor de volgende verkiezingen. Als stemmen winnen de prikkel is om macht en invloed te hebben, zijn we nog ver van huis. De Ombudspersoon Toekomstige Generaties zegt “Kijk nou eens even over je eigen korte termijn belang heen. Wat is de impact op toekomstige generaties?'.

Daarbij is het wel belangrijk om toekomstige generaties niet als slachtoffer te betitelen van wat wij ze allemaal aandoen. Ik denk dat toekomstige generaties prima zullen weten en gaan doen wat ze zelf willen. Ze zullen misschien aan ecosysteem-herstel gaan doen; leven in balans met de natuur. Wij hoeven en kunnen ze niet opleggen wat zij moeten beslissen: dit zijn onze normen nu. Maar wat ik wel belangrijk vind, is het principe van 'intergenerationele rechtvaardigheid': het is niet aan ons om toekomstige generaties te beperken in wat ze kunnen gaan doen. En dat doen we nu wel. Wij laten een wereld na, waar zij het mee hebben te stellen. We hebben al de mondiale watervoorraad met een derde teruggebracht. Oceanen leeggevist. Per jaar kappen we twee keer Portugal weg aan tropisch regenwoud. De Aarde warmt op. Diersoorten sterven uit doordat wij hun leefomgeving hebben vernietigd. Die wereld geven wij door. Op allerlei manieren beperken wij toekomstige generaties in hun handelingsvrijheid. Terwijl een uitgangspunt in onze rechtsstaat is dat iedereen gelijkwaardig is.

De Britse filosoof uit de vroege Verlichting, Locke, is een denker die mij hierin heeft geïnspireerd. Hij zegt dat we zoveel mogelijk in vrijheid moeten leven, maar wel in verbondenheid. Je kunt vrijheid namelijk niet los zien van verbondenheid. Maar dat laatste stuk zijn we, deels ook door die Verlichting, uit het oog verloren binnen het vrijheidsdenken. Anders dan wij vaak horen, stopt volgens veel liberale denkers onze vrijheid daar, waar wij de rechten of vrijheid van anderen beperken. Daar moeten we als individuen, maar ook vanuit het recht en de Ombudspersoon Toekomstige Generaties, naar kijken. Onze vrijheid om te leven zoals we willen, is begrensd. Toekomstige generaties mogen daardoor niet in hun vrijheid worden beperkt. Hoe kunnen wij nu, wetende dat toekomstige generaties prima zullen gaan doen wat ze willen gaan doen, ons zó met hen verbinden dat we ze niet gaan beperken? Dat zij net zoveel ruimte hebben als wij?

Ik merk dat in het meer rechtse politieke spectrum de boodschap van milieu als rem op economie niet zo goed valt, maar de boodschap “wat is de erfenis die jij jouw (klein) kinderen achterlaat” wel. Dat dit een erfenis zal zijn die onze kinderen niet kunnen weigeren, die ze opgedrongen krijgen, dat zet mensen aan het denken en brengt het dichtbij huis. De boodschap van de Ombudspersoon Toekomstige Generaties past daarmee politiek gezien niet persé op links, rechts of het midden. Het gaat erom, hoe wij ons, als gehele samenleving met het gehele palet aan politieke voorkeuren, gedragen naar degenen die na ons komen.

3 tips van Jan om een stem van de aarde te worden:

1)   Houd het bij jezelf. Kijk naar wat jouw talenten zijn, waar jij blij van wordt en waar jij een verschil kan maken. Het hoeft niet allemaal groots, het kan ook in het klein. Leg de verbinding met wat je wilt veranderen, de stem van de Aarde, met je stem van binnen.

2)   In verbinding met de ander kom je verder. Probeer zoveel mogelijk vanuit verbinding te werken. Op het moment dat je bijvoorbeeld een ander flink aanklaagt, zal deze al snel alles ontkennen, zich willen verdedigen of zich zelfs slachtoffer voelen. Zo krijgt een systeem van 'jij klaagt aan en ik ontken'. Dan kom je niets verder. Dit kun je o.a. doorbreken door in plaats van jouw aanklacht, dat wat je wilt meer te verwoorden als een grens die je stelt en die wordt overschreden. En dan leg je de ander voor: 'wat kan jij doen, zonder dat je over mijn / die grens gaat?'. Dan blijf je verbonden en kun je in een win/win situatie komen. In een gevecht lukt dat niet.

3)   Geniet. Van het leven, van de Aarde en van al het mooie wat er nog is. Neem anderen mee in het genot van natuur en het positieve en verbindende van duurzaamheid. Bijvoorbeeld van lokaal consumeren, waarbij de boer geen fabriek draait, maar van zijn dieren en producten houdt en bijna kan zien hoe de producten de mensen om hem heen voeden. Neem ze mee in het positieve van zonnepanelen, hoe heerlijk het voelt dat je je elektriciteit en energie direct uit de zon hebt gehaald en niet hebt vervuild. Laat zien dat je geniet. Je neemt mensen dan vanzelf mee in het positieve en aanstekelijke van duurzaamheid en van het verbonden zijn met de natuur.

Ecologische Voetafdruk-activist Jan Juffermans



Jan Juffermans is schrijver en Voetafdruk-activist. Hij werkte van 1978 tot 2010 bij De Kleine Aarde, werd in 2009 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en stond in 2010 op plaats 34 van De Duurzame 100 van het dagblad Trouw. Hij is actief lid van het Platform Duurzame en Solidaire Economie, de Werkgroep Voetafdruk Nederland en Transitie Boxtel.

1972 – Grenzen aan de groei

Ik ben in 1945 geboren in Oegstgeest en woonde in de jaren '70 getrouwd en wel met mijn vrouw Marianne in Valkenburg aan de Rijn bij Leiden. Wij hadden een vriendengroep - “de gespreksgroep” noemden wij dat - waarmee wij naar allerlei wereldproblemen keken. Het rapport Grenzen aan de Groei van de Club van Rome verscheen in 1972 en kwam als een donderslag bij heldere hemel. Het ging over de bevolkingsgroei, het overgebruik van de Aarde en het opraken van grondstoffenvoorraden. Wij jongelui bespraken dat rapport en de discussie over overbevolking kwam zo duidelijk bij ons aan dat bijna alle vrienden van ons groepje niet meer dan twee kinderen hebben gekregen. Enkele maanden na de publicatie van Grenzen aan de Groei verscheen er een stukje in de Volkskrant over een tijdschrift en ecologisch centrum, De Kleine Aarde, dat zou worden opgericht. Het centrum kwam in Boxtel, waar men leerde met nieuwe technieken en volgens nieuwe inzichten voedsel, schoon water en veilige energie te produceren en duurzaam te bouwen. Ik ben onmiddellijk donateur geworden. Kort na ontvangst van de eerste nummers van ‘De Kleine Aarde’ gingen Marianne en ik onze sabbath-periode vieren. We hadden al een aantal jaar gewerkt en we wilden meer van de Aarde zien.

Wij ging in oktober 1972 op reis. Eerst per trein naar Turkije, daarna reisden we over land verder naar Iran, Afghanistan, Pakistan en zo door naar India. We hadden een afspraak in Delhi bij één van onze klanten, de bibliothecaris van de Jamia Millia Islamia-universiteit genaamd Jamil Qureshy. Wij hebben drie weken bij hem op de campus gewoond. Daarna hebben we heel India rondgereisd, belangstellend gevolgd door Qureshy, met wie we nog steeds contact hebben. We zijn toen ook in Nepal en Bangladesh geweest. We zouden na 6 maanden teruggaan, maar daar hadden we helemaal geen zin in. Daarom stuurden we een briefje aan mijn werkgever, een uitgever in Leiden dat we graag door wilden reizen naar de klanten van de uitgeverij in Zuid- en Oost-Azië.. We kregen een enthousiaste brief terug: doe maar. Onze enige voorwaarde was dat zij de nodige vliegreizen zouden gaan betalen – vliegen was toen nog niet aan milieu gekoppeld. Zo reisden we door naar Birma, Maleisië, Thailand, Singapore, Indonesië, Hong Kong, de Philippijnen en Zuid-Korea. We hebben nog geprobeerd China binnen te komen, maar dat is niet gelukt. We hebben het reizen volgehouden tot augustus 1973. Toen zijn we via Japan uiteindelijk met de boot naar Nachodka gevaren en via de Trans-Siberische spoorlijn in Moskou aangekomen, en zo verder terug naar Leiden.

Op naar De Kleine Aarde

Na terugkomst van onze reis door Azië had ik op mijn werk bedongen dat ik niet fulltime hoefde te werken. Ik wilde meer tijd hebben voor andere zaken en heb eerst een tijdje Sociologie en daarna Westerse filosofie en Boeddhologie gestudeerd, maar deed al gauw geen examens meer. Ik liep die colleges tijdens mijn werk, dat was op fietsafstand van elkaar.

Na 1976 begon ik ander werk te zoeken, werk dat meer in lijn lag met mijn groeiende belangstelling voor milieu en ontwikkeling. Eind 1977 werd er een hoofdredacteur/uitgever gevraagd bij De Kleine Aarde en het leek me wel wat. Nogal naïef ben ik toen gaan solliciteren. Ik werd onmiddellijk aangenomen en besefte toen dat we zouden moeten verhuizen. In een razend tempo hebben we toen ons huidige huis in Boxtel gevonden, op 5 minuten fietsafstand van De Kleine Aarde. We hadden in Valkenburg aan de Rijn een oud huisje dat we helemaal gerenoveerd hadden – een klus van 9 jaar. Toch wilden we daar al weg vanwege de drukke weg die van Leiden naar Katwijk langs ons huisje liep; dat vonden we te gevaarlijk voor onze kleine kinderen. Wij besloten dus ons huis te verkopen en naar Boxtel te verhuizen, met onze dochters Judith van 1 en Barbara van 3 jaar.

Eind 1977 gaven we een afscheidsfeestje voor onze vrienden in en om Valkenburg aan de Rijn. Toen het feest was afgelopen en alle mensen de deur uit waren, zetten wij de radio aan en hoorden we dat er grote brand was in Boxtel bij De Kleine Aarde! Ik begon krap twee maanden later met mijn werk in Boxtel en kwam in een puinhoop terecht. De grote boerderij waarin De Kleine Aarde vooral huisde was tot de eerste verdieping helemaal afgebrand. Maar binnen de kortste keren hebben ze op het terrein een schooltje neergezet en gingen de cursussen die ze aanboden weer door. Ik kwam in de verbouwde oude varkensstal – met dubbel glas! - te zitten, met mooi uitzicht op de tuinen. Het werk ging dus gewoon door.

Kringloopwinkels, Boerenmarkten en Bakfietsen

De Kleine Aarde was een echt leercentrum; een opleiding avant la letre voor mondiaal ecologisch en duurzaam denken, waar mensen inspiratie en kennis op deden die ze vervolgens zelf gingen toepassen en verspreiden. Sietz Leeflang, de initiatiefnemer, was een wetenschapsjournalist die technisch goed onderlegd was. We hadden een hele groep techneuten, tuinders en een groep voedingsdeskundigen in ons team. Er waren ook altijd stagiaires die bij ons rondliepen. Met onze filosofie over duurzaam eten waren we pioniers: wij waren al bezig met minder vlees, biologisch- en seizoensgebonden eten uit de regio, het betalen van een eerlijke prijs aan de producenten en zo min mogelijk verpakkingen. Arnold de Vries-Robbé schreef in die tijd een boek over de principes van ecologische voeding dat ik heb mogen uitgegeven: 'Eten wat de grond schaft' (1978). Zaken die nu heel 'gewoon' zijn geworden. Je hebt tegenwoordig de opleiding Earth Sciences aan de VU in Amsterdam. Als ik dat curriculum zie, denk ik 'goh, dat hebben wij allemaal via De Kleine Aarde bijgeleerd en erover gepubliceerd'.

We hadden op De Kleine Aarde ook een voedselverdeelcentrum. Het voedsel dat al biologisch werd geproduceerd in de regio kwam samen in Boxtel en ging vanuit hier naar Limburg en Brabant, naar de eerste biologische winkels. Ook de biologische boerenmarkten in Nederland hebben wij als Kleine Aarde opgestart. Eigenhandig hebben we de kramen opgezet voor de proefmarkten in Boxtel. Dat was een heel gedoe met vergunningen en dergelijke, maar het lukte en we hebben twee jaar proefmarkten gehouden. Er kwamen ook mensen uit Amsterdam kijken, en die zijn met wat steun van onze kant een biologische markt op de Noordermarkt begonnen. Ik heb nog nooit een project gehad dat zo vanzelf is doorgegroeid, want op de biologische markt in Amsterdam kwamen weer bezoekers van buiten die stad kijken die vervolgens een biologische markt op gingen zetten in bijvoorbeeld Alkmaar en Den Haag. Het idee van de biologische markt kreeg ik tijdens een grote conferentie in India waar ik voor De Kleine Aarde aan deelnam. Daar ontmoette ik een Belg die markten voor directe verkoop van producten van kleine boeren hielp organiseren. Ik bedacht toen dat dat iets was wat je ook naar biologisch kon omzetten, en vroeg hem ons te helpen om dat in Boxtel te starten. Op die manier hebben wij via India vanuit België het model gekregen om de biologische markten in Nederland op te zetten.

Zo ging het ook met de kringloopwinkels. Hanneke van Veen, onze boekhouder, begon de eerste kringloopwinkel in een schuur op De Kleine Aarde, maar ze ging na een jaar al weer terug naar Den Haag. Daar richtte ze aan de Prinsengracht de eerste Haagse Kringloopwinkel op, en die winkels ontstonden later in het hele land. Ook de fietskar, nu onmisbaar in het stadsbeeld maar toen nog een 'geitenwollensokken'-ding, werd met een uitprobeer-circuit op het terrein van De Kleine Aarde gepromoot.

Mondiale Voetafdruk

Ik heb bij de Kleine Aarde een jaar of 6 gewerkt als redacteur en uitgever en later ben ik beleidsmedewerker Mondiale Duurzaamheid geworden. In 1987 verscheen namelijk het Brundtland-rapport Our Common Future, geschreven door de World Commission on Environment and Development van de VN. Dat rapport bevestigde helemaal de invalshoek van De Kleine Aarde: mondiaal denken en lokaal handelen om milieu- en verdelingsvraagstukken in samenhang op te lossen. Het rapport riep voor het eerst op tot duurzame ontwikkeling, dat is “een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties, om in hun behoeften te voorzien, in gevaar te brengen". In 1994 maakte ik kennis met professor William Rees uit Canada, op een Europese conferentie over duurzame gemeenten in Aalborg, Denemarken. Hij hield een voordracht over ‘De Footprint van steden’. Het bleek een methode om te meten wat een stad op jaarbasis gebruikt van de biocapaciteit van de Aarde. Geweldig vond ik het, geheel in lijn met wat we op De Kleine Aarde wilden doen. In 1996 publiceerde Rees, samen met Mathis Wackernagel, het eerste boek over de mondiale Ecologische Voetafdruk. Ik heb het toen direct helemaal uitgelezen. In 1998 gingen we het model op De Kleine Aarde gebruiken, voor educatie en voorlichting. Daarmee hebben we de Voetafdruk in Nederland geïntroduceerd. We ontwikkelden bijvoorbeeld een educatief proefproject van drie jaar met 8 Nederlandse gemeenten.

In 2006 kwam mijn Footprintboek uit: “Nut & Noodzaak van de Mondiale Voetafdruk: Over de mondiale gebruiksruimte, duurzaamheid en mensenrechten”. Met name die link met de mensenrechten vind ik cruciaal. Iedere persoon gebruikt een gedeelte van de ruimte op Aarde, afhankelijk van iemands consumptie. Met de Mondiale Voetafdruk kan je met een getal, uitgedrukt in “mondiale hectares”, aangeven hoeveel oppervlakte Aarde dat per persoon is. Nederland is bij uitstek een land dat heel veel hectares in het buitenland gebruikt. In 1996 werd gemeten dat wij op 23 miljoen hectare in andere landen beslag leggen voor onze importen, en dat is erg veel. Zelf hebben we 2 miljoen hectare landbouwgrond. De mondiale verdeling van de gebruiksruimte is tergend. Nederland heeft nu gemiddeld een Voetafdruk van 5,3 ha. Sommige mensen hebben een voetafdruk van wel 20 ha, door hun vleesgebruik en al hun vliegreizen. En dan heb je daar tegenover de voetprintjes van bijvoorbeeld Afghanistan van gemiddeld 0,8 hectare. Daarom stel ik voor om het recht op een Fair Earth Share, een Eerlijk Aarde-aandeel, tot mensenrecht te verheffen.

Martin Buber

Mijn optimisme en enthousiasme leid ik terug tot de filosofie van Martin Buber. Ik vergeet nooit de colleges die ik als student over hem heb gelopen. Zijn filosofie was kort geformuleerd 'Ich werde am Du': ik word pas ‘iemand’ dankzij de ander. Mijn mens-zijn ontwikkelt zich alleen in relatie en in de ontmoeting met anderen. Ik ervaar dat ook zo. Mijn werk voor De Kleine Aarde, met Transitie Boxtel, met het Platform Duurzame en Solidaire Economie en ook met de Werkgroep Voetafdruk Nederland geven mij positieve energie. Het geeft duidelijk voldoening om samen met anderen actief te zijn voor het welzijn van de samenleving en volgende generaties. Buber's filosofie heeft zeker meegewerkt bij mijn stap naar De Kleine Aarde en ik denk dat ik het daarom ook volhoud. Maar ook omdat ik mensen ken zoals Wouter Veening, Marjan Minnesma, Jan van de Venis en Polly Higgins, mensen die echt doorhebben wat er moet veranderen en er ook met hart en ziel aan werken. Die contacten en voorbeelden stimuleren en voeden me ook weer. Polly Higgins hoorde ik spreken in Kopenhagen in 2009 en ik vond haar idee om Ecocide te verbieden zo goed, dat wil je dan gewoon weer uitventen. Ik heb toen gelijk onder mijn digitale handtekening een link naar de site over het verbod op Ecocide gezet.

Ik pak ook af en toe weer nieuwe dingen op, daardoor verschuiven je prioriteiten, zeker na je pensioen. Ik heb nu grotere vrijheid om te switchen en kan van de ene op de andere dag iets nieuws oppakken, zoals bijvoorbeeld de Fossil Free-campagne en de actie om Aarde met een hoofdletter te schrijven. Toch past alles wat ik oppak in het grotere plaatje. Milieu en ontwikkeling blijven mijn passie, de rode draad in mijn leven. Vooral omdat het om mensenrechten gaat.

Klimaatzaak-advocaat Roger Cox

Roger Cox dagvaardde namens Stichting Urgenda de Nederlandse Staat in de wereldberoemd geworden Klimaatzaak. Urgenda won de zaak voor de rechtbank en in hoger beroep. Bovenstaande foto werd in na het vonnis van de rechtbank in Den Haag in 2015 genomen: ik ben een van de 886-mede eisers in de Klimaatzaak.
Roger is ook chrijver van het boek 'Revolutie met Recht', partner bij Paulussen Advocaten te Maastricht en senior fellow bij het Canadese Centre for International Governance Innovation. Daarnaast is hij lid van de Business Advisory Council van het Amerikaanse Cradle to Cradle Product Innovation Institute, lid van de Raad van Advies van de bedrijvenvereniging De Groene Zaak en is oprichter en bestuurder van de Planet Prosperity Foundation, een stichting die het verduurzamen van onze economie nastreeft.


Inconvenient Truth

De Klimaatzaak is een uitvloeisel van het gedachtegoed dat ik in mijn boek heb neergelegd, Revolutie met Recht. Dat boek ben ik gaan schrijven naar aanleiding van een heel proces dat ik zelf doorgemaakt heb, dat eigenlijk begonnen is in oktober 2006, toen ik “An Inconvenient Truth” van Al Gore zag op aanraden van één van de medewerkers op mijn kantoor. Door het zien van die documentaire begreep ik dat het klimaatprobleem écht een probleem is. Voor die tijd had ik er wel wat over gehoord en gelezen, maar er kwam bij mij toch niet veel meer door dan de boodschap dat het over een graad meer of minder ging en over een paar millimeters stijging van de zeespiegel per jaar. Dat vond ik zelf op dat moment niet zo wereldschokkend.

Die documentaire was wel een eye-opener voor mij. Met het feit dat het een eye-opener was, vroeg ik mij ook af waarom ik daarover zo slecht geïnformeerd was en waarom mensen om mij heen ook weinig over het Klimaat-probleem wisten. En als je de essentie van het probleem niet ervaart, kun je het ook niet serieus nemen. Vanaf dat moment heb ik een onvrede gehad met de wijze waarop we voorgelicht worden over het klimaat. Dat heeft zich in eerste instantie toen geuit in het feit dat wij als kantoor besloten om die film dan maar gratis in de bioscoop te laten draaien in Maastricht. Als een vorm van kennisoverdracht ter vergroting van de publieke bewustwording. Dat is een groot succes geworden in die zin dat binnen twee dagen al die vrije voorstellingen, dat was een maand lang elke avond, volgeboekt waren. Daardoor ontstond er ook discussie over het onderwerp op de regionale radio en TV en in de krant. Onze opzet werkte en wilde ik het initiatief graag opschalen.

Toen heb ik een stichting opgericht en de exclusieve rechten van die film voor een bepaalde periode gekregen van de distributeur, United International Pictures, om gedurende die periode de film in heel Nederland gratis te laten zien. Ik ben een week of zes bezig geweest om een paar honderd duizend euro bij elkaar te krijgen om dat op poten te zetten via de stichting die ik toen samen met mijn echtgenote Saskia opgericht heb, de Planet Prosperity Foundation. En voor je het weet word je opeens voor interviews gevraagd over het onderwerp klimaatverandering en vragen mensen of je er eens over wilt komen spreken. En aangezien ik op dat moment niet heel veel meer wist dan wat in die documentaire aan de orde kwam, ben ik me verder in het onderwerp en de oplossingen ervan gaan verdiepen, zodat ik er breder over zou kunnen discussiëren.

Op dat moment ben ik me in duurzaamheid gaan verdiepen en ben ik er heel veel boeken over gaan lezen, niet alleen over het klimaatprobleem maar ook over de energiewereld, over de wijze waarop die wereld gefinancierd is, over geopolitiek, over duurzame ontwikkeling en Cradle-to-cradle. Ik ben vooral met het verhaal van Al Gore aan de slag gegaan, wat natuurlijk eigenlijk een beetje absurd is, om je daar als willekeurige burger opeens tegenaan te gaan bemoeien. Maar die drang voelde ik.

Gevaarzeting

Vanaf het moment dat ik in 2006 met klimaatverandering aan de slag ging heb ik me jarenlang afgevraagd wat ik hiermee nou zou kunnen als civiel jurist. Ik kon daar jarenlang geen antwoord op vinden want in beginsel dacht ik dat er nieuwe wet- en regelgeving, iets als een klimaatwet zou moeten komen.. Ik ben van huis uit geen wetgevingsjurist dus zag daar voor mijzelf geen rol weggelegd en was me er bovendien van bewust dat de lobbykracht van de fossiele energie buitengewoon groot is dus dat nieuwe wetgeving ook niet veel kans van slagen zou maken. Het milieurecht leek mij ook geen uitkomst te bieden omdat het feitelijk regelgeving betreft die gedrapeerd is om het bestaande fossiele gedomineerde systeem in een poging het milieu zoveel mogelijk te beschermen zonder de bestaande orde geweld aan te doen. Het milieurecht was in mijn ogen onvoldoende geëquipeerd om die gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Aan internationaal recht had je ook niet veel omdat dat eigenlijk alleen maar door landen onderling geactiveerd kan worden.

Een paar jaar lang heb ik voor mezelf dus niet kunnen uittekenen hoe ik daar als civiel jurist bij betrokken zou kunnen worden. Pas in een later stadium, besefte ik dat als het allemaal waar is wat de klimaatwetenschappers zeggen – en zelf had ik geen enkele aanleiding om dat te wantrouwen – dan kan dat toch niet anders dan dat daarmee ook vaststelbaar is, bewijsrechtelijk, dat slecht klimaatbeleid moet worden gezien als een bewuste bijdrage aan het leveren van het grootste gevaar waaraan de mensheid misschien wel ooit blootgesteld is. Dan zou het wel heel gek zijn dat het recht geen middelen zou bieden en we dus feitelijk zouden zeggen, dat het juridisch acceptabel is om willens en wetens bij te blijven dragen aan totale destructie.

Want als je dit allemaal weet, en als je als overheid ook weet wat je eraan moet doen, maar je doet het niet, dan is het feitelijk bijdragen aan het creëren van een enorm gevaar voor de hele samenleving. Zou dat zomaar mogen kunnen? Toen dook voor mij vanzelf de term 'gevaarzetting' op, en dus onrechtmatige daad, en eigenlijk is vanaf dat moment het kwartje gevallen hoe als civilist mijn bijdrage te leveren. Stel nou dat we het via de onrechtmatige daad-route zouden proberen, dat voelt in ieder geval als een route die haalbaar is omdat klimaatverandering aan alle gevaarszettings-criteria voldoet die de jurisprudentie aan dat soort situaties stelt.
Kort gezegd gaat het erom dat als iemand zich bewust is van het feit dat hij door zijn handelen of nalaten een gevaar voor anderen creëert terwijl hij maatregelen kan treffen om dat gevaar te voorkomen en het ook niet onredelijk is om die maatregelen te eisen, dan is er een juridische verplichting om die veiligheids- of voorzorgsmaatregelen te treffen. Aan al die criteria wordt voldaan omdat de wereldgemeenschap zich daadwerkelijk bewust is van het grote gevaar van klimaatverandering, zelfs in gemeenschap heeft bepaald dat de gemiddelde temperatuur van de aarde vanwege dat gevaar niet met meer dan twee graden mag stijgen, en ook weet dat het gevaar alleen maar kan worden vermeden door minder broeikasgassen uit te stoten.
Het is ook niet onredelijk om te eisen dat die broeikasgassen vermindert moeten worden omdat er technologieën te over zijn om dat te doen en er ook energiezuiniger kan worden gehandeld. Ieder land, in ieder geval ieder ontwikkeld rijk land kan dus zijn bijdrage aan het oplossen van het probleem leveren en dan ontstaat er ook een verplichting om dat te doen. Dat gedachtegoed ben ik vervolgens verder gaan uitwerken.

Dagvaarding

Ik heb toen mijn boek geschreven en Marjan Minnesma en Pier Vellinga gevraagd om het manuscript te lezen en te becommentariëren. Het manuscript had kennelijk op Marjan zodanige impact, dat ze zei dat we het boek aan belangrijke beslissers in Nederland zouden moeten sturen. Dat is ook gebeurd: zij heeft samen met MVO Nederland en Pier Vellinga meer dan 1000 brieven verzonden, aan alle parlementariërs, aan het kabinet, aan de Koningin, aan universiteiten, aan strategische denktanks, aan burgemeesters van grote steden, aan CEOs van grote bedrijven etc., met daarin de dringende aanbeveling om het bijgestuurde boek te lezen en een oproep tot gesprek. Veel mensen hebben daarop gereageerd, zoals de minister van Economische Zaken en de Koningin. Er is toen ook contact geweest tussen ministeries en Urgenda over het klimaatbeleid. Op een gegeven moment hebben we een brief geschreven waarin we zeiden dat er toch echt meer moest gebeuren aan klimaatbeleid, omdat we anders zouden overwegen een procedure tegen de Nederlandse Staat te starten. Uiteindelijk is het beleid niet veranderd. Toen hebben Marjan en ik elkaar aangekeken en gezegd, dan moeten we het idee van dat boek maar uitvoeren en kijken waar ons dat gaat brengen. Zo is de zaak tot stand gekomen.

We hebben na een jaar schrijven de concept-dagvaarding op de website gezet en iedereen uitgenodigd om daar ideeën bij aan te dragen, die we, zover we vonden dat we daar wat aan hadden, zouden verwerken in onze dagvaarding. In ons concept beriepen wij ons ook al op mensenrechten, en dat kon Urgenda als stichting en dus als rechtspersoon alleen maar indirect. We dachten, het is nu toch klaar, we hebben nog tijd om iedereen erop te laten reageren, waarom laten we niet mensen mee dagvaarden, zodat we ook dat mensenrechtenverhaal in het juiste perspectief krijgen. Zo kwam het dat Urgenda bijna 900 mede-eisers aan zijn zijde kreeg.

Vonnis

Het voorlezen van het vonnis door de rechtbank in 2015 was heel prachtig. En ik weet eigenlijk niet zo goed wat er op dat moment door me heen ging als ik heel eerlijk ben. Ik weet alleen dat ik al twee pagina's voordat de rechter klaar was, wel wist dat we het toegewezen kregen, en dat ik toen heel erg bezig ben geweest, wetende dat er allemaal camera's stonden, om toch zo neutraal mogelijk te blijven kijken. Maar dat lukte op een gegeven moment ook niet helemaal meer. Ik had me voorgenomen om, wat het ook zou worden, het te accepteren voor wat het zou zijn, ook als we zouden verliezen. Toen duidelijk werd dat we gingen winnen, en dat we ook die reductievordering toegewezen zouden krijgen, begon ik pas te voelen en begrijpen hoeveel energie ik erin gestoken had en dan ontstaat er een soort ontlading. Het voelde denk ik als iemand die 4 jaar voor de Olympische Spelen heeft getraind en eindelijk weet dat hij een medaille gewonnen heeft. Je krijgt een soort ontlading. Ik heb de laatste minuten van het voorlezen van het vonnis ook nauwelijks meer kunnen volgen. Mijn gedachtes dwaalden heel erg af, dat weet ik wel nog, maar waar naartoe precies, dat weet ik niet meer.

Opgave

Ik had in 2006 natuurlijk nooit gedacht dat het initiatief dat ik toen nam, om An Inconvenient Truth te vertonen, uiteindelijk tot de Klimaatzaak zou leiden. En in essentie is het proces dat ik vanaf 2006 heb doorlopen heel leerzaam en effectief geweest maar feit is ook dat het heel veel inspanningen van me heeft gevraagd. Je moet je voorstellen dat je als advocaat, en als partner op een advocatenkantoor, sowieso al een heel druk bestaan hebt. Je hebt een gezin met jonge kinderen – op dat moment in 2006 waren die zes en vier, en dan ga je al dat soort dingen er nog bij zitten doen. Dat is heel erg druk. Het is ook niet iets waaraan ik alleen maar lol heb beleefd. Eigenlijk is het een enorme drang van binnenuit geweest om een bijdrage te leveren. Een soort oerkracht omdat ik me ook naar mijn kinderen toe verantwoordelijk voelde voor het oplossen van het klimaatprobleem. Daar heb ik ideeën bij gehad die denk ik goed waren en ook tot iets geleid hebben, maar het heeft me ook zoveel energie gekost dat ik er gedurende het proces echt niet altijd van genoten heb. Ik heb het vaak genoeg als een opgave gezien waarvan ik vond dat hij volbracht moest worden. Zin of geen zin, en zonder überhaupt te weten waar het toe zou leiden. Ik was heel blij toen het boek er eindelijk was omdat ik toen voor het eerst een soort wisselwerking zag tussen die jaren van bezig zijn met duurzame ontwikkeling via onze stichting aan de ene kant, en mijn werk als advocaat aan de andere kant. Dankzij het boek kon ik die twee dingen tot elkaar brengen en kon ik ook in mijn werk de elementen duurzaamheid en klimaat meer tot uitdrukking brengen, waardoor er ook wat meer tijd voor andere dingen overbleef.

Dat ik dit heb gedaan en volgehouden komt voornamelijk door twee dingen. Één was toch een bepaalde mate van boosheid over hoe je eigenlijk onvoldoende geïnformeerd wordt door je eigen overheid over dit soort grote problemen. Het verschil tussen wat in de media over het klimaatprobleem en over de klimaatwetenschap werd gecommuniceerd, en wat landen in verdragen allang onderling geaccepteerd hadden was werkelijk onthutsend groot. Dat leken wel twee verschillende werelden te zijn. En de andere reden is dat ik als vader van twee jonge kinderen, ik zei het al, de drang voelde te vechten voor hun toekomst en die van hun generatiegenoten. Je realiseert je opeens dat de beslissingen die we vandaag nemen in het klimaatdossier, van grote invloed zullen zijn op hun toekomst. Als ik geen kinderen had gehad, was ik hier voor 98% zeker nooit aan begonnen.

Maar als je denkt voor iets te staan, en als je denkt dat je invloed kunt hebben, dan moet je dat pad gewoon op gaan en daar niet teveel vragen bij stellen wat het resultaat ervan zal zijn. Als je maar door blijft gaan en je inzet blijft tonen, zullen er uiteindelijk dingen gebeuren. Ik heb heel vaak aan al die topsporters gedacht die vaak de vraag voorgelegd krijgen: waarom is het jou wel gelukt en zoveel anderen niet. Die zeggen dan vaak: vijf minuten voor je doorbraak stoppen de meesten ermee omdat het gewoon altijd veel langer duurt dan je denkt. Als je drie jaar bezig bent, denk je 'ik heb nu al 3 jaar heel hard gewerkt, waarom is de grote doorbraak er nu nog niet'. Uiteindelijk moet je gewoon uithoudingsvermogen hebben en door blijven gaan in afwachting van wat er komen gaat. Want ik heb heel vaak gedacht tijdens al die jaren dat ik ermee op moest houden, want het kostte teveel energie en het legde zo'n beslag op de rest van mijn leven, waar deed ik het eigenlijk allemaal voor. Maar uiteindelijk is er altijd een stem geweest die zei 'gewoon door blijven gaan', dat doe je dan en uiteindelijk is er na 9 jaar dan toch resultaat.

Advocaat van de bomen Digna de Bruin


Digna de Bruin heeft zich tijdens haar 33 jaar als advocaat volop ingezet voor de bescherming van bomen. Per 1 oktober 2018 is zij het bedrijf De Rechtmakers begonnen. In dit interview blikt ze terug op haar inzet als advocaat van de bomen en de weg die ze heeft gevolgd.

Bezield recht

Het 'groene' in mijn werk is het besef dat we allemaal met elkaar verbonden zijn - mensen, dieren en de aarde. Hoe ik met mensen omga wordt hierdoor beïnvloed. Niet door te vuur en te zwaard je gelijk te halen als advocaat, maar door jezelf terug te zien in de ander. De manier waarop we met natuur en dieren omgaan, gaat mank, omdat we opereren vanuit een idee van afgescheidenheid, vanuit kortetermijndenken gefocust zijn op een klein doel.

Dat begon voor mij te wringen als advocaat. Naast mijn werk was ik al met andere dingen bezig. Zo had ik een yogaopleiding gedaan en was ik een enorme fan van Jane Goodall; maar ik had de idealistische, intuïtieve en spirituele kant nog niet geïntegreerd in mijn praktijk. Dat was in die tijd 'not done', zeker niet op het grote en commerciële advocatenkantoor waar ik partner was. Ik had het rechtenvak goed geleerd maar mijn bezieling kwam daar niet tot zijn recht; ik werkte alleen met mijn linkerhersenhelft.

Ik begon in mijn praktijk iets te doen voor mensen die het lastig hadden of geen toegang hadden tot het recht, aanvankelijk via mijn Turkse hulp Emine. Ik besloot ook om pro-Deoadvocaat voor de Bomenstichting te worden. Dat kun je 'groen' noemen, maar voor mij is het meer dat, zoals een arts een eed van Hippocratus aflegt, een advocaat ook een bepaalde rol heeft. Mijn naam betekent waardigheid. Dat betekent voor mij, dat als ik de eer heb advocaat te zijn, ik ook ga staan voor mensen die zelf niet goed hun woord kunnen doen, die geen toegang hebben. Dat beperkt zich niet tot mensen maar geldt ook voor dieren en bomen.

Bewuste contracten

Mijn passie is het begeleiden en het sluiten van bewuste en duurzame contracten ('conscious contracts'). Het concept 'bewust contracteren' heb ik een aantal jaren geleden geïntroduceerd in Nederland. Ik geef workshops en trainingen op dit gebied aan mediators, advocaten en ondernemers. De afgelopen jaren heb ik dit ook samen met Kim Wright gedaan, de Amerikaanse advocaat die de bestsellers 'Lawyers as Peacemakers' en ‘Lawyers as Changemakers’ heeft geschreven.

Bij het bewust contracteren ga je uit van het win-winprincipe. De afspraken moeten goed zijn voor beide partijen, maar ook voor het grotere geheel, bijvoorbeeld de Aarde. Tijdens het proces besteed ik aandacht aan het 'waarom' van de samenwerking en wordt er gesproken over essentiële vragen zoals: "Hoe kunnen wij de wereld door dit contract iets mooier maken?" En: "Waar gaat het ons ten diepste om?" Maar ook: "Waar maak je je zorgen over?" En: "Hoe kan de andere partij aan mij zien dat ik een bepaalde situatie lastig vind en wat kan die ander doen om mij weer 'op het paadje' terug te krijgen?" We praten over de visie, missie en de waarden op basis waarvan wij het contract sluiten en hoe deze in de praktijk te brengen. Dit is soms een intensief proces, maar er gebeuren vaak prachtige dingen. Nadat je dit proces samen doorlopen hebt, is de basis voor een echte samenwerking en verbinding gelegd.

Als procesbegeleider en opsteller van conscious contracts neem ik niet alleen mijn juridische kennis en ervaring, maar ook mijn creativiteit, intuïtie, en coachingsvaardigheden mee, mijn hele zelf in plaats van slecht een gedeelte daarvan. Dit klinkt misschien als een 'ratjetoe' maar voor mij klopt het om dit alles in te zetten. Niet 'gecompartimenteerd' bezig zijn, maar holistisch. Tot een authentieke overeenkomst komen, die past bij deze partijen en hen werkelijk verbindt. Veel personen en bedrijven vinden deze manier van werken aantrekkelijk. Door hen te begeleiden, kan ik als jurist ook werkelijk een verschil maken.

Pleiten voor bomen

Op microniveau probeer ik mijn steentje bij te dragen aan de bescherming van de Aarde. De lange reis naar een duurzame samenleving begint met de eerste stap. Ik heb kinderen en kan niet de wereld over reizen. Dan begint zo'n stap met simpele zaken als met gemeentes die bomen zien als 'risicofactor'. Want er kan een tak breken en dan krijg je mogelijk een claim aan je broek, en je moet hem onderhouden, dus je kan zo'n boom maar beter weghalen.

In het voorstadium, bij de beleidsvorming, worden de bomen niet meegenomen. Bomen worden dan als obstakels gezien bij de realisering van economische plannen of de vestiging van een nieuw bedrijf. Ik pleit voor én-én. En creatief kijken hoe een economische ontwikkeling doorgang kan vinden én actief zoeken naar mogelijkheden voor behoud van de bomen, omwille van de bewoners, omwille van de bomen zelf en omwille van hun zuiverende bijdrage aan onze luchtkwaliteit (vasthouden fijnstof en compenseren broeikasgasemissies van CO2).

Ik probeer al bij de vorming van beleid invloed uit te oefenen. Met de economische crisis van de voorgaande jaren is de bescherming van bomen geen populair onderwerp. Deze bescherming laat in veel gemeenten dan ook te wensen over. De regelingen verschillen per gemeente, of er is in het geheel geen bomenbeleid. Iedereen verwelkomt bedrijven en de werkgelegenheid die ze brengen. Ik probeer ruimer te denken, het grotere plaatje te zien en de langere termijn op de agenda te krijgen en het vooral praktisch te maken.

Robin Hood-achtige trekjes

Ik ben rechten gaan studeren omdat ik hiermee een definitieve keuze nog uitstelde. Ik wist dat ik graag mensen wilde helpen, ik was heel goed in talen, maar ik wilde niet voor de klas staan. Mijn moeder vond dat ik een goed analytisch en associatief denkvermogen had en dat rechten wel eens iets voor mij kon zijn. Ik ben in Leiden rechten gaan studeren en koos voor de richting Staats- en Bestuursrecht, omdat dat minder massaal was en ik bij deze richting ook meer mogelijkheden had de studie naar eigen inzicht in te richten.

Na een stage bij de Raad van State kwam ik erachter, dat mijn passie in ieder geval niet ligt bij het schrijven van abstracte beleidsstukken en vergaderen, zoals dat bij de overheid veel plaatsvindt.

Ik wilde graag met mensen in contact zijn in plaats van alleen met mijn neus in de papieren en achter de computer zitten, hun problemen oplossen en ik wilde hen ondersteunen en ontlasten, in plaats van remmend of formeel bezig zijn, eropuit gaan in plaats van tussen de systeemwanden te zitten. Daarnaast heb ik Robin Hood-achtige trekjes, die ik voor mijn gevoel in de advocatuur het beste kwijt kon.

Mijn ideaal is overeind gebleven in die zin, dat het vuurtje van mijn passie brandend is gebleven, maar ik heb wel mijn beeld van de advocatuur moeten bijstellen in de loop der jaren. Ik merkte bijvoorbeeld dat het vak mensen deformeert en dat het werken binnen de advocatuur - of misschien in het juridische bedrijf in het algemeen – je niet tot een leuker en completer mens maakt. De meeste advocaten zijn niet erg in contact (meer) met hun gevoel en met (enig) ideaal, anders dan 'veel geld verdienen'. Ik zie ook veel advocaten opbranden of gedesillusioneerd raken en voortijdig de advocatuur verlaten.

Ik heb mij na een carrière van 18 jaar op een groot kantoor (waarvan 10 jaar als partner) zelf ook in enige mate afgekeerd van de 'reguliere advocatuur' met de gedachte: "Dat is niets voor mij." Ik ben toen alleen verdergegaan, omdat ik sterk voelde dat ik het vak graag wilde blijven uitoefenen, maar dan op míjn manier en vanuit een andere setting. Ik wilde het vak blijven uitoefenen op een manier die mijn ziel verwarmt. Een combinatie met andere advocaten paste hierbij niet, omdat het pionieren was en is en ik geen energie kwijt wilde zijn aan het afstemmen met anderen en het uitleggen van wat ik zag als de juiste richting. Ik wilde hierin geen compromis meer sluiten en vond dat ik vrij moest zijn dit voor mijzelf te exploreren. En sommige dingen laten zich niet goed uitleggen, want zijn een kwestie van het hart. Door zelfstandig verder te gaan kon ik trouw blijven aan mijn ideaal.

Band met de Aarde

De verbinding met de Aarde was er altijd al. Als kind groeide ik op in een rustig deel van Nederland (Zeeland). Ik ging bijna elke dag met mijn pony de natuur in en voelde mij dan één met de omgeving en alle levende wezens. Als er natuur werd vernield door bijvoorbeeld wegaanleg of bouwactiviteiten, dan was ik daar vaak erg verdrietig over. Mijn moeder nam ook jarenlang deel aan actiegroepen om te zorgen dat kostbare natuur niet vernield werd, bijvoorbeeld bij de aanleg van de Westerschelde-oeververbinding, die aanvankelijk een mooi natuurgebied zou doorsnijden. Mijn ouders zaten ook gekluisterd aan de radio toen er door de politiek werd besloten over de wijze waarop de Oosterschelde zou worden afgesloten (doorlaatbare stormvloedkering, waarbij de getijden in stand bleven, of een complete afsluiting). Uiteindelijk werd door één stem van D66 besloten voor een doorlaatbare stormvloedkering. In mijn ouderlijk huis waren dit ook onderwerpen waarover veel gesproken werd.

Doordat ik van kind af aan yoga beoefende, werd de band met de Aarde versterkt en was de verbinding voor mij vrij vanzelfsprekend. Toen ik later werd opgeleid tot yogadocent en mij verder verdiepte in meditatie, was het eigenlijk geen 'keuze' meer dat ik ook als advocaat iets voor de Aarde en de natuur wilde doen, het was gewoon een vanzelfsprekend gegeven.

Verruimd gezichtsveld

Mijn ouders waren beiden arts en hebben voor de Nederlandse Leprastichting ontwikkelingswerk gedaan in Ethiopië en India. Dat heeft veel indruk gemaakt en een zaadje geplant voor mijn wens om ook bij te dragen. Soms voel ik mij in de juridische gemeenschap ook een ontwikkelingswerker.

Het op jongere leeftijd verblijven in het buitenland heeft een enorme verruiming gegeven van mijn gezichtsveld. Daardoor kan ik mij goed verplaatsen in meerdere perspectieven en kan ik goed afstemmen en verbinding maken van mens tot mens, waarbij verschillen in cultuur, afkomst en achtergrond wegvallen. Het heeft mij ook een avontuurlijke instelling bezorgd en ik ben nieuwsgierig naar de mensen die ik tegenkom, hun onderliggende gevoelens en drijfveren.

Het is de kunst om niet alleen vanuit je 'ik', je eigen waarheid, maar ook met oog voor anderen en de Aarde te opereren. Dan is er ook uitwisseling mogelijk; maar dat kan alleen maar als je ruimte hebt voor zelfreflectie. Het zou goed zijn om tijdens de rechtenstudie mensen daarin te trainen. Dat doe je ook bij mediation: een ander horen, ruimte creëren. Dit zou je ook van overheden moeten vragen, die immers als doel hebben het 'behartigen van het algemeen belang'. Bomenstichtingen en groene mensen worden vaak als 'lastig' gezien door een gemeentebestuur en soms kunnen zij ook in drammerigheid terechtkomen. Maar ook met gemeenteambtenaren kan er soms een 'uitwisseling', verbinding tot stand komen, een elkaar zien en respecteren.

Waardigheid

Wat mij helpt om trouw te zijn aan mezelf en mijn bezieling is mij te oefenen om mij niet door mijn angsten te laten leiden, door regelmatig buiten mijn comfortzone te gaan. Het volgen van mijn intuïtie en die intuïtie naar buiten brengen. Dat levert vrijwel altijd een opening op of een onverwacht mooi moment. Meditatie en yoga, waardoor ik als het ware 'in het oog van de orkaan' kom en in contact kan blijven met mijzelf en mijn innerlijke waarden. Stilte, natuur, mooie bomen. Ik ga soms op de grond liggen, languit, om energie op te doen en om de Aarde in mezelf te voelen. Het omgaan met mensen die mij 'voeding' geven en mij inspireren. Inspiratie en voeding krijg ik van mijn kinderen en ook van mijn partner Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg. Hij heeft een prachtig bedrijf neergezet in de zorg, dat functioneert volgens principes die je ook in de natuur aantreft.

Zijn in plaats van doen en oefenen om met zachtheid te handelen, ook naar mijzelf, met waardigheid en lichtheid, zonder te vechten. Vaak lukt dat met vanzelfsprekend en met souplesse, maar soms – vooral als ik moe ben- kom ook ik in een soort verbetenheid terecht.

Het besef dat mijn naam 'waardigheid' betekent en dat ik de keuze heb gemaakt daar hoe dan ook naar te leven.

Festival-organisator Jasha van der Wel



Jasha van der Wel werkt sinds 18 jaar in de dance- en festivalindustrie. Tijdens haar werk bij ID&T initieerde ze de duurzaamheidsafdeling en leverde ze een grote bijdrage aan het winnen van de Greener Festival Award voor het festival 'Welcome to the Future'. Ze organiseerde boeddhistische lezingen met Sogyal Rinpoche ('Het Tibetaanse boek van leven en sterven') en cureerde de sprekers lounge op het Woodstock-terrein in Amerika en was daar later zelf gast-spreker.

Geluk verspreiden

Ik heb van kinds af aan geleerd dat je iets moet doen om bij te dragen aan de wereld, in de plaats van alleen aan jezelf te denken. Ik wilde graag mensen helpen op een leuke manier en vond de menselijke psyche interessant. Daarom besloot ik psychologie te gaan studeren. Tijdens mijn studie organiseerde ik feesten in Amsterdam, onder de naam 'Lust het Leven' en later 'All is One', omdat ik van jongs af aan al voelde dat we allemaal één groot organisme zijn. Ik vond het belangrijk dat andere mensen dat ook zouden inzien omdat ik veel strijd om me heen zag en mensen die in conflict waren met zichzelf. Als je psychologie studeert wordt je de hele tijd geconfronteerd met alles wat slecht en naar is, zoals psychoses en depressies. Vooral in de tijd dat ik studeerde – 15 jaar terug, toen er zoiets als 'positieve psychologie' nog niet echt bestond. Maar ik besefte wel dat als je gelukkig bent, of geluk weet te verspreiden en de energie weet te verhogen bij ofwel één iemand ofwel een groep mensen, je echt wat bijdraagt aan het grotere geheel.

Ik bedacht dat als ik met één iemand therapie zou bedrijven, dat het dan jaren zou duren voor ik ook maar één iemand zou kunnen helpen. Aan het einde van mijn leven zou ik dan misschien maar een klein aantal mensen geholpen hebben; dat vond ik te weinig. Tegelijkertijd genoot ik van het organiseren van evenementen, daarmee heb je veel meer impact en ik groeide steeds meer die kant op, dat ging heel vanzelf.

Uiteindelijk ben ik afgestudeerd op de invloed van humor op je immuunsysteem. Tijdens mijn scriptie kwam ik er inderdaad achter dat hoe meer je lacht, en hoe gelukkiger jij bent, hoe gelukkiger de mensen om jou heen worden en hoe gelukkiger de wereld in feite wordt.

Werken bij ID&T

Na mijn studie ben ik op reis gegaan naar India waar ik Vipassana-meditatie ontdekte.
Terug in Nederland zocht ik een baan. Ik had al veel ervaring met het organiseren van evenementen, ook al waren dat kleine evenementen tot maximaal 2000 mensen. Ik besloot te solliciteren bij ID&T, een bekend en succesvol festival- & evenementen-bedrijf. Ik hoorde dat de directeur een personal assistant zocht en dat vond ik wel iets voor mij, want ik had psychologie gestudeerd en kon vast goed iemand assisteren. Ik wist veel van de dance-wereld, niet alleen omdat ik feesten had georganiseerd maar ook omdat mijn zus DJ ISIS is. Vanaf mijn 14e zat de dance-wereld heel dicht bij mij aan tafel. Ik kende het klappen van de zweep. Gelukkig zag de directeur het zelf ook zitten en nam hij mij aan.

Bij ID&T leerde ik hoe een groot bedrijf in elkaar steekt. En ik zag ook in wat een invloed dit bedrijf wel niet had op de jeugd en dance-cultuur in Nederland en in de wereld. Ze zaten op dat moment in 20 verschillende landen met hun evenement Sensation en daar kwamen miljoenen mensen op af. Er waren zelfs bepaalde merken die speciaal geschonken wilden worden op onze evenementen omdat alle jongeren naar die evenementen toegingen. Ik bedacht me dat als je nu de boodschap van onze evenementen zou gaan veranderen, je echt een hele grote groep mensen zou kunnen beïnvloeden.

Daarom ben ik de duurzaamheidsafdeling begonnen binnen ID&T. Dat was in het jaar 2007/2008. In die tijd waren er nog helemaal niet zoveel mensen met duurzaamheid bezig. Ik zag ID&T als een vehikel en vond dat we bepaalde sociale normen en waarden moesten gaan overbrengen aan de jeugd. Ik vond dat we dat verplicht waren als bedrijf.

De oprichter, Duncan Stuttenheim, woonde op dat moment in Australië. Australië was toen een stuk verder op het gebied van duurzaamheid dan Nederland. Daar moest je bijvoorbeeld aangeven hoeveel CO2 je evenement uitstootte. De directeur die in Nederland de boel runde was ook bezig met bewustzijn en meditatie, dus daarin vonden we elkaar. Hij zei 'begin maar met die duurzaamheidsafdeling', maar we hadden geen flauw idee hoe ingewikkeld en hoe groots dat uiteindelijk zou worden en hoeveel werk dat eigenlijk was. Want op dat moment had ID&T 42 evenementen per jaar, waar een paar hele grote bij zaten zoals Mysteryland, Sensation en Welcome to the Future, maar ook kleinere indoor events van 5000 mensen.

We hadden redelijk snel door dat het niet een job was van iemand alleen; dat moet je met een heel team gaan aanpakken. En je moet eerst zorgen dat je bedrijf van binnen helemaal verduurzaamd is voordat je naar buiten kan gaan om andere mensen te vertellen hoe ze hun leven zouden moeten inrichten. Zolang wij nog, binnen het bedrijf, onze lichten lieten aanstaan in de weekenden, wie waren wij dan om tegen onze bezoekers te zeggen dat ze hun afval moesten scheiden als ze lekker uitgingen?

Duurzaam van binnenuit

Ik ging op zoek naar dingen die we intern bij ID&T zouden kunnen veranderen om te zorgen dat de mensen die er werkten op een normale manier meegingen met verduurzamen.

Het begon met kleine dingen. Er zaten bijvoorbeeld sensoren voor het licht op het lichtnet en voor water idem. Maar ook zetten we recycle units neer voor het papier en het plastic, gingen we printen met FSC papier en dubbelzijdig en minder printen. We hadden ook de biologische lunch verzonnen en 'Meatless Monday'. Maar die biologische lunch, dat was een behoorlijke vergissing. Ik had een tafel laten dekken door de lunchdame met alleen maar biologische producten, en die zagen er toen veel minder spannend uit. De boter was gewoon een witte botervloot waar 'boter' op stond; het was niet persé smakelijk om naar dat pakje te kijken. En de vleeswaren zagen niet zo roze als niet-biologisch vlees. Toen de mensen die dag op kantoor kwamen en de gedekte lunchtafel zagen, vonden ze het maar niks. “Binnenkort hebben we zeker ook nog kippen in de tuin” zeiden ze toen gekscherend. Ik besefte dat ik het anders aan moest pakken. Ik heb toen al die producten weer vervangen door doorsnee-producten die de werknemers wel kenden en heb elke week een ander product doorgevoerd. Heel langzaam heb ik die tafel omgeturned. En mensen gingen er voor open staan. Uiteindelijk was iedereen er gewoon aan gewend.

Mijn kennis van psychologie kwam me dus van pas. Ik zag mezelf als een soort change-manager, maar ik merkte wel dat ik af en toe op weerstand stuitte. Zo had ik bijvoorbeeld een electrische Toyota Prius als lease-auto, als enige van het hele bedrijf. Ook om een statement te maken: ik hoef niet een vervuilende wagen te rijden. Ik bedacht me dat het hele wagenpark van ID&T zou moeten worden aangepakt. Dat stelde ik voor. Dan merk je pas dat mensen best willen dat de wereld beter wordt, maar als je aan hun eigen comfort komt, dan wordt het heel ingewikkeld. Ze zeiden “begin jij dan maar als eerste”. Ik heb heel braaf mijn Prius de deur uitgedaan en een electrische scooter ervoor in de plaats genomen, in de hoop dat andere mensen me zouden volgen, maar dat duurde heel erg lang. Ze wilden hun auto niet opgeven maar electrisch gaan rijden is uiteindelijk wel gelukt. Vanaf dat moment konden we langzamerhand ook op de evenementen gaan experimenteren met duurzaamheid.

Ook gingen we evenementen organiseren met de boeddhistische leraar
Sogyal Rinpoche. Die evenementen heetten Awake Amsterdam. We wilden Amsterdam wakker wilde schudden en met name de jongeren op een leuke manier in contact wilde brengen met het boeddhisme. Het boeddhisme heeft mij geleerd om vanuit compassie met andere mensen om te gaan en oordeel-vrij gewaar te zijn. Als je stopt met het veroordelen van anderen schept dat ruimte, want het kost veel energie als je anderen, en jezelf daarbij, de hele tijd aan het veroordelen bent. Dat is ook het probleem van hoe we met de Aarde omgaan: er is niet genoeg compassie met andere levensvormen. Ik denk dat mensen vaak uit angst handelen, dat ze te weinig denken te krijgen, dat er tekort is, angst vernauwt ook je bewustzijn. Op het moment dat je angst kan loslaten kan liefde wat meer groeien en verruimt je bewustzijn. Dan ga je ineens toch inzien dat we allemaal broers en zussen zijn op deze boot die de Aarde heet. Alles wat we hebben is alleen maar op deze Aarde aanwezig. Daar moet je zuinig op zijn in de plaats van het op te maken voor je eigen gewin.

Voeding

Ik probeer gezonde dingen te eten van de Aarde, en niet de geraffineerde producten. Pure voeding; noten, vruchten, zaden. In een pit zit veel intelligentie want uit die pit komt uiteindelijk de hele boom. Als je dat soort voeding eet, krijg je ook de intelligentie van dat bewustzijn in jou. Als je vooral fast food eet, dan zit daar maar weinig bewustzijn in om je mee te voeden. Ik voed mij ook door te reizen, door nieuwe omgevingen. Ik leer van mijn reizen en probeer mij te verplaatsen in anderen. Kijken naar hoe er in andere culturen met elkaar en met de Aarde wordt omgegaan.
Ik probeer elke dag te mediteren en dat, ook al klinkt het misschien heel zweverig, grondt mij erg.  

Eén op de dansvloer

Er zijn momenten geweest dat ik dacht 'is het niet jammer dat ik afgestudeerd psychologe ben en me dan met feesten bezighoud, is dat niet leeg'?

Toch is feesten al zo oud als de mensheid zelf. Dat kan te maken hebben met escapisme of hedonisme, maar vieringen van het leven zijn gewoon noodzakelijk omdat het de mensen verbindt. Als je op de dansvloer staat en iedereen gaat tegelijkertijd uit zijn- of haar dak, op die ene melodielijn, dan gebeurt er iets met die vloer, dan lossen de mensen op in elkaar. Ze voelen zich één. Dat is wat mij trekt in de muziek.

Later ben ik naar andere festivals gegaan, zogenaamde 'transformational festivals' in het buitenland, zoals Burning Man in de VS en Boom Festival in Portugal. Daar zag ik dat deze festivals nog een stapje verder gaan dan de festivals in Nederland. Ze worden gebruikt als platform om bewustzijn te verhogen buiten de dansvloer. Je kunt er workshops volgen over permacultuur, over in contact komen met je intuitïe en er zijn sprekers die lezingen geven. Op Boom festival heb je 24 uur per dag TED-achtige Talks over de meest innovatieve onderwerpen, zoals de vraag hoe we technologie kunnen inschakelen voor een groenere wereld. Dan kan je ontzettend verrijkt en geïnspireerd thuiskomen.

Bij transformational festivals maken de bezoekers, zoals de naam het al zegt, een transformatie door. Sterker nog, de beste transformational festivals worden georganiseerd door vrijwilligers, mensen die zo veranderd zijn door een evenement, dat ze het jaar erna gratis op het festival willen werken. Boom Festival, Burning Man en zelfs Glastonbury Festival worden helemaal gerund door vrijwilligers. Burning Man bestaat sinds 1986, Glastonbury sinds 1970; dat zijn lang lopende festivals die hun bestaansrecht alleen maar ontlenen aan het feit dat mensen erin geloven en die verandering meemaken. Als het niet zou werken, zouden ze uitsterven.

Een event als Sensation is een ervaring van één nacht, en in één nacht kun je maar zoveel bewerkstelligen. Met een transformational festival dat een week duurt, zie je dat mensen binnen komen met de sores van de stad nog bij zich, de batterij van hun mobiele telefoon is nog vol, ze hebben een koffer van vooroordelen en ze blijven vooral bij hun eigen bekende groepje staan. Na drie dagen zijn de mobiele telefoons leeg, krijg je eten van de buren, douche je eens wat minder en je hebt een paar eenheidservaringen gehad op de dansvloer. En op de laatste dag kijk je naar een ander en zie je gewoon jezelf.

Woodstock

Mijn hoogtepunt in mijn carriere was toen ik op het Woodstock-terrein stond in de Verenigde Staten. Ik organiseerde daar een sprekers lounge, tijdens de eerste Mysteryland USA. De plek van het podium van de sprekers lounge was op exact dezelfde plek als waar het podium van het Woodstock-festival van 1969 stond. Ze deden toen een soundcheck en speelden de Star Spangled Banner van Jimi Hendrix van de originele Woodstock plaat, die ik helemaal grijs gedraaid heb in mijn hele leven. Terwijl ik daar stond te soundchecken stroomden de tranen over mijn wangen.

Het was wel een heel erg mooi moment, want toen ik jaren geleden voor het eerst die Woodstock video keek – ik was volgens mij een jaar of 5 – dacht ik al 'wauw, zoveel mensen bij elkaar die één zijn'. Dat heb ik serieus gedacht als kleintje. Dat dat bijzonder moest zijn om zoveel mensen bij elkaar te hebben die allemaal hetzelfde voelen. Die verbroedering. Daar is het zaadje geplant. En toen ik dan uiteindelijk, zoveel jaren later, op diezelfde plek stond om daar zelf bewustzijnsverruimende sprekers te hosten, was voor mij de cirkel wel rond.

3 tips van Jasha voor een duurzaam leven:

1) Lees je eigen verhaal helemaal uit. Geef niet op, zet door. Blijf geloven, blijf vertrouwen, blijf jezelf verruimen en anderen verrijken.

2) Heb liefdevolle compassie naar jezelf toe. Als je het naar jezelf toe hebt, heb je het vanzelf naar anderen en naar de Aarde toe.

3) Kijk naar je werkplek. Wat wordt er daar gedaan aan duurzaamheid; zie je dingen die beter kunnen? Maak een plan en bespreek dat met je HR manager of leidinggevende. Vaak vinden ze het hartstikke leuk om te horen dat er iemand binnen het bedrijf betrokken is bij het milieu, vinden ze je proactief en gaan ze je nog onthouden ook.

IVN-directeur Jelle de Jong

Jelle de Jong werkte in het internationale bedrijfsleven bij ondermeer Shell International en Boer & Croon. Hij was directeur Human Resources en Marketing bij Tempo-Team en is sinds 2009 directeur van het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid.

Boerenzoon

Ik ben een Friese boerenzoon. Ik groeide op in een boerderij aan de rand van het stadje IJlst. Toen mijn vader een stier had verkocht, was er geld voor een kind. Eerst kwam mijn zus, en toen ik. Ik kan me nog heel goed herinneren dat we al slootje springend in de lente het land in gingen en dan op onze rug in het gras lagen, naar de kieviten te kijken en de wolken zagen overdrijven. Tussen de bomen zitten te vissen en met de boot een stukje varen om daar de koeien te melken. Melkbussen werden met de boot opgehaald, want onze boerderij was met de auto of de tractor nog niet te bereiken. Dat is zo kort geleden allemaal en toch leefde je echt in een andere tijd dan nu.

Ik was een verlegen, introvert jongetje. Altijd met de neus in de boekjes. Ik vond het lastig om contacten te leggen, durfde niet zo veel, was onder de indruk van alles wat er was. Ik heb me als kind altijd kwetsbaar gevoeld. Op een gegeven moment nam ik onbewust een besluit: mensen kunnen mij geen pijn doen. Want ten eerste, ik voel niks en ten tweede: ik heb niemand nodig. Als je niemand nodig hebt en je voelt niks, kunnen mensen je niet raken. Dat was voor mij een manier om te overleven.

Shell

Na de middelbare school ging ik aan Nyenrode studeren. Ik kreeg aan het eind van mijn studie van Shell een stage aangeboden in Hong Kong. Ik kwam op een P&O afdeling terecht: dat was voor mij een groot avontuur. Zo ben ik mijn werkend leven gestart voor Shell. Ik werd als Human Resources medewerker geplaatst in HoogezandSappemeer, bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Daar heb ik het vak van P&O geleerd. Vervolgens ben ik voor Shell recruitment gaan werken, vanuit Den Haag en London. Eigenlijk om het merk van Shell als werkgever voor topstudenten op de kaart te zetten met allerlei kennismakingsproducten, zoals ik zelf ooit ook gelokt was met een internationale stage.

Ik wilde graag naar het buitenland en toen ik 30 was kwam er de mogelijkheid om in Syrië, Damascus te werken. Mijn vrouw ging mee – we moesten trouwen om daar samen te kunnen zijn. Ik had Leonore ontmoet op de studentenvereniging in Utrecht. Zij kon daar als arts werken voor de Verenigde Naties. In Damascus werd ik HR manager in een samenwerkingsverband dat Shell had met de Syrische overheid. Mijn vrouw werkte in de Palestijnse wijk – Yarmouk. We namen allebei Arabische les en leerden het land echt kennen. Een ongelooflijk mooi land, met vriendelijke en gastvrije mensen. Het was wel al een politie-staat want Hafiz al-Assad was daar toen de baas, de vader van de huidige president. Diep triest om te zien hoe deze mooie mensen nu al jaren lijden onder een verschrikkelijke burgeroorlog.

Minderwaardigheidsgevoel

Terug in Nederland zijn we in Amsterdam gaan wonen. Leonore is huisarts geworden en ik ben voor Boer&Croon gaan werken en adviseur geworden. Ik gaf advies over strategie en structuur van grote organisaties. Dat was voor mij een periode waarin mijn persoonlijke ontwikkeling in een stroomversnelling kwam, zo vanaf 35 jaar. Het adviseurswerk is een functie waarin je in veel verschillende situaties wordt geplaatst en waarin je veel feedback krijgt en geeft. Ik ontmoette daar Marieke de Vrij, een vrouw met een fijngevoelig en intuïtief aanvoelingsvermogen. Zij was door een spiritueel geïnteresseerde vennoot van Boer&Croon naar binnen gehaald om intervisie te doen met groepen adviseurs. Ze keek naar klantsituaties en naar jou, en zag dingen die ze helemaal niet kon weten. Ze gaf mij waardevolle feedback en gaandeweg het proces kreeg ik steeds meer inzicht dat ik de patronen waar ik als kind mee was gestart, vanuit de angst om gekwetst te worden, nog steeds met mij mee droeg. Het was een soort jas die ik als kind had aangedaan ter zelfbescherming en die ik nog steeds droeg.

Maar de kunst van het leven is om op een bepaald moment bewust te worden van die overlevingspatronen, om die meer transparant te maken en vervolgens los te laten. Ik had gaandeweg studie en werkend leven manieren gevonden om er goed mee om te gaan, maar in essentie was er veel angst in mij aanwezig. Ik durfde veel dingen niet goed. Op de Nieuwjaarsreceptie in de Stopera, die Boer&Croon jaarlijks gaf, mocht je niet met collega's praten. Je moest naar mensen toestappen maar ik durfde helemaal niet naar iemand toe te stappen om te zeggen 'ik ben Jelle de Jong van Boer&Croon, hoe kan ik u helpen?' Ik zat mij de eerste keer een groot deel van de tijd op de WC te verstoppen.

In mijn werk als P&O'er was ik altijd op een instrumentele en rationele manier bezig. Werven, selecteren, beoordelen, trainen, functie waarderen en noem het maar op. Maar ik ontdekte dat als je zaken als verbinding, energie, trots, teamgevoel, verbinding met je identiteit, met je historie en met je wortels erbij betrekt, en als je van daaruit vernieuwt, dat dat een topteam maakt. Omdat ik de emotionele dimensie in mezelf aan het ontdekken was, kon ik daar ook in het werk wat mee. Het maakte mij ten eerste meer compleet als mens en als adviseur. Ik kwam bij Randstand Holding terecht via een headhunter. Op gesprek bij de voorzitter van de Raad van Bestuur, vertelde ik dat ik een liefdevolle manier van werken in het bedrijfsleven wilde brengen, waarbij hele mensen zich verbinden met betekenisvolle doelstellingen. Uiteindelijk heeft dat misschien een snaar geraakt, want ik werd bij Tempo-Team in de directie verantwoordelijk voor communicatie, marketing en personeelsbeleid. Daar heb ik zo'n vijf jaar gewerkt voordat ik bij IVN kwam.

Kwetsbaarheid

Ik heb zelf op een gegeven moment ervaren dat kwetsbaarheid kracht is. En dat er eigenlijk maar één iemand nodig is om een bepaalde toon te zetten. Dat je wel af kan wachten totdat iemand anders de ruimte geeft, maar dat je beter gewoon maar het risico kan nemen om jezelf kwetsbaar te tonen. Dat kan ook betekenen dat je voor een presentatie zegt dat je het best wel spannend vindt en dat je je er onzeker bij voelt. Dat geeft veel rust om te zeggen en het geeft ook krediet aan de andere kant dat je het toch mooi maar wel doet, zo basaal kan het zijn. Of dat je in een presentatie iets over jezelf vertelt, over je bevlogenheid of achtergrond, en dat je laat zien wie je als mens bent, in de plaats van alleen maar als functionaris. Mijn ervaring is dat op het moment dat je dat doet, dat ook zakelijk en commercieel vaak effectief is omdat je de verbinding versterkt. De gun-factor neemt toe en je ontmoet elkaar op een ander niveau. Dan is er ook bereidheid om op dat niveau iets met elkaar te doen.

Helaas is het wel zo dat mensen met dieper doorleefde ervaring vaak geen sprekers zijn. Het zijn vaak gevoelige mensen die afgeleerd hebben om te spreken omdat er altijd betweters om hen heen staan terwijl dit wel de mensen zijn die in deze tijd nodig zijn om op te staan vanuit wat ze weten. Aan de andere kant heb je mensen die vanuit een stukje onzekerheid, wat ik zelf ook zo goed ken, en vanuit heel veel aangeleerde cognitieve kennis, continu bezig zijn om dat te etaleren. Zonder dat het misschien doorleefd is. Dan krijg je het patroon van de 'insecure overachievers', die omhoogdrijven, omdat er zo'n grote psychologische en emotionele overlevingsnoodzaak is om te presteren.

In mijn eigen leven heb ik ervaren dat je je wel kan verschuilen, maar dat je daar niet gelukkiger door wordt. Dit was een proces waar jaren overheen gingen met als rode draad om steeds meer acceptatie voor mezelf te vinden. Want als ik mezelf op een dieper niveau kan accepteren, dan ontstaat eigenlijk heel natuurlijk ook steeds meer ruimte voor de ander.

IVN: Natuur terugbrengen in de harten van mensen

Ik ging steeds sterker zien dat we met de huidige levenswijze van de mens op de Aarde, toekomstige generaties tekort doen omdat we een te groot beslag leggen op beperkte middelen. Mede door een exploderende menselijke bevolking – van 1 miljard in de 19e eeuw naar straks 9 miljard. Maar niet alleen dat, we doen dat ook nog eens met een exponentieel stijgende voetafdruk want mensen willen allemaal voor dezelfde luxe en levensstandaard gaan. Dat is heel begrijpelijk maar het creëert, zonder dat iemand daar schuld aan heeft, een uitholling van het natuurlijk systeem. Ik wilde daar iets voor betekenen.

Ik had sterk het gevoel dat ik daarvoor eerst mijn baan op moest zeggen. Er waren allerlei prikkels: hoge salarissen, opties en aandelen, en ik voelde dat ik eerst moest stoppen met dat alles, dat er even niets moest zijn, om te zien wat er dan zou ontstaan. Ik wilde mijn talenten in de wind gooien en kijken wie ze wilde hebben; waar het naar toe zou waaien. Ik was natuurlijk mijn hele leven bezig geweest om een positie te verkrijgen waarin ik enigszins belangrijk was, want als ik belangrijk was, dan mocht ik er zijn, dacht ik. Ik vond het ook prettig dat als je directeur was, mensen naar jou toekwamen; ik was immers vaak te verlegen om op iemand anders af te stappen. Maar toen ik dat eenmaal bereikt had, kwam ook de tijd om het weer los te laten.

Het was wel wennen om op het schoolplein te staan en te zeggen dat je werkloos was. Er kwam ook niet meteen een interessante uitdaging langs. Na een aantal maanden kwam IVN op mijn pad. Het Instituut voor Natuureducatie zocht een algemeen directeur, en had toen 130 mensen in dienst en 20.000 leden in de vereniging, van wie een groot aantal vrijwilliger. Op dat moment was het een beroepsorganisatie met grote financiële problemen en personele uitdagingen. Ik dacht, 'durf ik dit? Gaat het systeem mij kopje onder trekken of kan ik, met alle andere mensen samen, het systeem weer gezond maken?' Ik ben ervoor gegaan.

De eerste drie, vier jaar waren pittig. We startten eigenlijk vanuit een situatie van faillissement waarin een bevriende stichting gelukkig financieel bij wilde springen. In de eerste jaren heb ik drie reorganisaties op rij door moeten voeren, wat moeilijk en leerzaam voor mij was. In Tempo Team was ik een inspirator en volgde ik mijn hart, hier kwam ik in een situatie waar vooral veel structuur en management nodig bleek te zijn. Bij IVN was juist aan het mannelijk principe veel behoefte. Transparantie, daadkracht, prioriteiten stellen, professionalisering, en heldere processen. Daar deed het een beroep op, waarbij het natuurlijk ook nodig was om bevlogenheid, de basis van de organisatie, te koesteren. In de kern staat IVN voor het terugbrengen van de natuur in de harten van mensen. Want veel dingen beginnen in het hart. Pas als die liefde er is, dan volgt operationalisering.

Kinderen

IVN wil een ondernemende en maatschappelijke organisatie zijn die een visie op de samenleving heeft en een systeemverandering nastreeft. Die mens en natuur weer met elkaar wil verbinden, op een ondernemende manier. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid groeide kinderen wereldwijd op met zo’n grote afstand tot natuur. Mensen woonden ooit in grotten en toen in huizen, maar altijd dicht bij de natuur, verbonden met die natuur, vroeger ook met respect voor die natuur. De natuur was groter, sneller, machtiger. Maar op een gegeven moment was dat niet meer zo, en konden wij alles beter. Want wij vliegen sneller en wij beheersen de natuur. Wij hebben altijd, sinds de mens kort geleden op Aarde kwam, moeten overleven tegen de natuur. Maar op een gegeven moment hebben wij de natuur aan ons ondergeschikt gemaakt.

De vraag is of er nu een fase aanbreekt, een derde fase, waarin de mens zichzelf een leven in welvaart en welzijn kan bezorgen, zonder dat het ten koste gaat van de natuur. Waarin we goede dingen uit het verleden – balans met de natuur, aandacht en zorg voor elkaar in kleine, overzichtelijke gemeenschappen – weer naar voren halen en op een hoog-technologische manier integreren op een eigentijdse wijze. Dit soort elementen zie je nu in de discussies over een circulaire economie, over een CO2-neutrale economie, of over een economie waarin je probeert biodiversiteitsneutraal of zelf biodiversiteitspostief te opereren.

Een sleutel hierbij zijn denk ik de kinderen. Kinderen hebben, zeker op de basisschoolperiode, een periode waarin ze gevoelig zijn voor de natuur. Als natuurbesef dan binnen komt en kan wortelen op een manier dat het levenslang een gevoeligheid blijft dan is dit een duurzame verbinding. Het gaat dan niet alleen om educatie, informatie, communicatie en participatie, je moet ook daadwerkelijk de context voor de kinderen veranderen. Je kunt een bijvoorbeeld nemen aan Schotland of Duitsland, waar ze met outdoor learning en natuurlijk buiten spelen hele interessante dingen doen.

In Finland hebben ze op de basisschool na elke les een kwartiertje buitenspelen, en de lessen daar zijn veel minder het slaafs navolgen van leermethodes dan hier. Er zijn docenten die op hoog niveau, met veel creativiteit, kinderen de natuur laten ervaren, waardoor je een heel ander curriculum krijgt.

Ons huidige onderwijs in Nederland is vooral op de reproductie van kennis gestoeld, om mensen klaar te maken om goed economisch te presteren. Maar kennisreproductie volstaat niet om de complexe problemen van deze tijd op te lossen, of om een vol leven te leiden. Daarvoor heb je naast cognitie, empathie en intuïtie nodig. Hoofd, hart en handen. Creatief zijn en moed betonen. Samenwerken én goed voor je lichaam zorgen.

Grijs, Groen & Gelukkig

Aan het begin van 2015 hebben we een toekenning gekregen van de Nationale Postcode Lotterij voor ons programma 'Grijs, Groen en Gelukkig'. Dit programma gaat over de rol die groen kan spelen voor mensen in verpleegtehuizen, maar ook voor meer vitale ouderen. Dit is de generatie met de meeste natuurkennis, die daarover het meest kan overdragen en daar het meest mee is opgegroeid, maar die nu soms in best wel kale omgevingen verkeert. Hoe kan je natuurbeleving structureel verankeren in de dagbesteding van oudere mensen? Daar is het programma voor opgericht. Dat programma wordt ons lanceer-platform om van daaruit groene interventies te ontwikkelen die ook in de medische wereld geaccrediteerd kunnen worden.

Een voorbeeld van zo'n groene interventie is de wekelijkse 'bio walk', een natuurwandeling met informatie over wat je ziet en beleeft voor bijvoorbeeld diabetici of dementerende mensen. Ook hebben we natuurkoffers voor met name dementerende ouderen waarin mensen, begeleid door vrijwilligers, de natuur weer proeven, ruiken, zien en ervaren. Via de natuur teruggaan naar vroeger en daar een gesprek over aan gaan.

We zijn ook bezig met fysieke vergroening binnen, zoals plantenwanden, en met fysieke vergroening buiten waarin verschillende soorten natuur verschillende belevingen en emoties op kunnen roepen. Sommige natuur is echt om het moment te vieren, andere is om rouw te faciliteren, andere is om herinneringen op te roepen. Natuur roept voor dementerende mensen vaak oerherinneringen op. Verhalen die voor dementerende mensen vaak vooraan komen te liggen. Je ziet dat mensen rechtop gaan staan of zitten, dat hun ogen beginnen te stralen. Dat er interactie ontstaat. Hier komt ook steeds meer wetenschappelijk onderzoek over. Wij kijken welke kennis hierover bestaat; welke partners we daaraan kunnen verbinden en hoe we de vergroening en natuurbeleving structureel verankerd krijgen in bijvoorbeeld verpleegtehuizen. We willen daar partnerschappen mee over aan gaan, ook met de raad van bestuur en directies van verpleegtehuizen die zich daarmee willen onderscheiden. Wij willen ook aan onze stakeholders zoals de gemeente of zorgverzekeraars laten zien dat wij op een holistische manier naar onze cliënten kijken. Dat we daarmee een positieve factor in de buurt zijn, er nieuwe vrijwilligers op werven en met verenigingen samenwerken

Zakelijk en bezield

Voor veel non-profit organisaties is het de kunst om te leren van de goede dingen van het bedrijfsleven. Die hele goede, toppresterende bedrijven zijn enorm bezield, hebben een enorm sterk menselijk systeem waarin mensen constant aan het leren zijn. Kijk naar Google of Unilever. Non-profit organisaties moeten implementatie-power en ook de kennis van financiering en marketing, van communicatie en HR-beleid ontwikkelen. Het is bijvoorbeeld niet vies of slecht om verdienmodellen te ontwikkelen waardoor er langdurig steun voor je werk kan blijven, wat zakelijk denken vraagt en soms ook commerciële handigheid. Het is belangrijk niet alleen maar te kijken of een nieuwe werknemer bezield is, maar echt te bedenken wat je nodig hebt aan competenties, vanuit toekomstgericht perspectief.

En het bedrijfsleven staat voor een enorme uitdaging om de goede dingen van non-for-profit organisaties over te nemen. Door niet over maatschappelijk verantwoord ondernemen te praten alsof dat iets is wat je erbij zou moeten doen, maar door gewoon te praten over ondernemen. En dat het logisch is dat dat ondernemen uiteindelijk gericht is op je statutaire doelstellingen die ook voor een BV in de statuten zijn vastgelegd, en die niet gaan over winst of kosten-marge. Die gaan altijd over iets betekenisvols. Mensen beter maken voor farmaceutische bedrijven of mensen te eten te geven voor retail-voedsel bedrijven. Terug naar die maatschappelijke doelstelling die er altijd zit, en daar met bezieling mensen op verbinden. En dan vanuit respect, trots en enthousiasme met elkaar iets creëren en continu voelen of je op het goede pad zit. Dat is waar toppresterende bedrijven allemaal mee bezig zijn. In principe komt het neer op mannelijke en vrouwelijke principes – voelen, verbinden, communiceren, denken en doen. Dat is de creatiespiraal die door mensen heen loopt, die moet je weer laten stromen. Het begint ermee dat je ziet waar je nu staat, en waar je zou willen staan, en dat je daar stappen in zet waarbij je zowel mannelijke als vrouwelijke kwaliteiten inzet.

Waterrad

De verleiding om ons alleen maar te koesteren in onze hele comfortabele cocon is natuurlijk heel groot. Ik herken dat zelf ook. Ik ben vaak best wel moe van het werk. Ik ben dol op films en series kijken, en op leuke boeken lezen. Ik ben ook dol op muziek; ik heb een muziekverzameling van 7000 nummers allemaal op de hand geselecteerd. Ik hou ervan af en toe op reis te gaan en met mijn gezin dingen te doen, fysiek goed voor mezelf te zorgen en ik wil ieder jaar iets van persoonlijke ontwikkeling doen. Dus het is heel makkelijk en heel fijn, en ook belangrijk, om met vrije tijd je tijd te vullen. De vraag is waarom je dat zou veranderen.

De beste reden om dat te veranderen is dat wanneer je iets uitprobeert, of dat nou een moestuintje is, vrijwilligerswerk, een weeshuis steunen in het verre buitenland of mantelzorg voor je naasten, je gaat ervaren dat geven en ontvangen aan elkaar gekoppeld is. We zijn niet een fles die gevuld wordt en dan vol is, maar een waterrad waarin het geven en ontvangen één beweging zijn. Op het moment dat je ervaart dat je gelukkiger wordt en meer voldoening haalt uit iets doen dat betekenisvol is, dan is dat heel motiverend. Je moet daar achter komen door een eerste stap te zetten en iets uit te proberen. De samenleving heeft geen behoefte aan mensen die met tegenzin allerlei soorten vrijwilligerswerk gaan doen, dat is niet duurzaam. Mensen moeten dingen vinden waar ze plezier aan ontlenen, waar ze energie van krijgen. Dat kan ook zingeving zijn: dat je trots bent op jezelf, dat je met voldoening terug kijkt op een maand of een jaar en denkt, ik ben heel tevreden met wat ik heb gedaan.

Wild Law-pionier Corman Cullinan



Cormac Cullinan is de schrijver van het boek Wild Law (2003), dat wereldwijd een impuls gaf aan het nadenken over- en vastleggen van de rechten van de natuur. Hij was betrokken bij het opstellen van de tekst van de Internationale Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde en hij is de president van het Internationale Tribunaal van de Rechten van Moeder Aarde. Ook heeft hij een eigen advocatenkantoor, Cullinan & Associates Inc en is hij de CEO van EnAct International, een environmental governance consultancy.

Luisteren naar de stem van de Aarde

Ik heb schroom mezelf een stem voor de Aarde te noemen, omdat ik er meer op gericht ben om naar de Aarde te luisteren. Ik denk dat het onze eerste verplichting is om te proberen ecologisch geletterd te worden, in andere woorden om gevoeliger te worden richting de Aarde. Want de Aarde spreekt natuurlijk constant tot ons, weliswaar niet in Engels of Nederlands en zeker niet in het geschreven woord, maar desalniettemin vindt er constant een wederzijdse communicatie plaats. Daarom moeten we leren luisteren, leren om gevoeliger, bewuster en meer verbonden te worden met de Aarde zodat we deze stem van de Aarde kunnen horen. Dat gezegd hebbende, denk ik dat we allemaal onderdeel van het planetaire systeem zijn. En wanneer we spreken, spreken we dus ook als onderdeel van het systeem, ook al druist wat we zeggen vaak eerder in tegen het belang van het geheel dan dat het het systeem ondersteunt. Maar als onderdeel van het systeem kunnen wij ook onderdeel van de oplossing zijn.

Ik denk dat het belangrijk is om steeds de natuur in te blijven gaan, vooral als je overweldigd wordt door alle vraagstukken en uitdagingen die zich aandienen. Ik probeer zo vaak mogelijk in de bossen en bergen hier in Kaapstad te wandelen en door in alle rust in het bos te lopen zie ik dingen weer in perspectief en krijg ik inzicht in hoe ik problemen waar ik tegenaan loop op kan lossen. Ik denk dat het heel belangrijk is om in contact te blijven met de bron van het idee van Wild Law en Aarde Jurisprudentie, en dat is de natuur zelf. Ik kan het proces niet verklaren, maar als ik in de wildernis ben of blootgesteld ben aan de natuur, kom ik vaak op nieuwe ideeën. We zien ook dat verschillende mensen, verspreid over de hele wereld, bijna gelijktijdig Wild Law-ideeën krijgen en uiten, zonder dat ze onderling contact hebben gehad. Of het Wild Law gedachtegoed uit het collectief onbewuste komt, of van de Aarde zelf afkomstig is, dat weet ik niet. Maar ik zie een ieder van ons zeker als onderdeel van een groter systeem, en het bevreemdt mij niet dat denken in termen van rechten voor de Natuur ons systeem binnen dringt in een tijd waarin de Aarde zwaar onder vuur ligt.

Bewegingsopbouw

In mijn advocaten-kantoor beschouwen wij de Aarde altijd als onze onzichtbare tweede cliënt. We proberen met andere woorden om niet alleen de belangen van onze cliënten te behartigen, maar ook oplossingen te vinden die goed zijn voor de Aarde. Als activist en als schrijver van mijn eerste boek Wild Law probeerde ik een visie te communiceren van hoe we op een geheel andere wijze met de Aarde zouden kunnen omgaan in ons juridisch systeem. [Lees meer over Wild Law in mijn Engelse interview met Cormac, opgenomen in het PDF bestand Voices of the Earth, FW] Maar nadat ik Wild Law had geschreven, begon ik na te denken over hoe we deze visie realiteit zouden kunnen maken. Als we van ons huidig rechtssysteem naar een situatie gaan waarin Aarde Jurisprudentie onze realiteit is en waarin we wetten hebben die de rechten van de Natuur vastleggen, welke stappen moeten dan genomen worden? Mijn conclusie was dat we een sterke, wereldwijde sociale beweging moeten opbouwen om dit proces van verandering aan te jagen. Zo'n beweging moet ook sterke wortels in lokale culturen en gemeenschappen hebben zodat het de veerkracht heeft waarmee diepe wortels gepaard gaan.

Sinds ik Wild Law heb geschreven heb ik me vooral bezig gehouden met het opbouwen van een sociale beweging die in staat is om deze ideeën uit te dragen en verder te ontwikkelen
. De Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde, die het resultaat was van de People's Summit in Cochabamba, is een soort universele bladmuziek gebleken waaruit vele organisaties in de wereld kunnen meezingen. Het is een manifest waar een verenigend effect van uitgaat. Belangrijk was dat de Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde gesteund werd door inheemse volkeren en door grote sociale bewegingen uit de global south en daardoor geloofwaardigheid verwierf. Als reactie op de Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde hebben wij de Globale Alliantie voor de Rechten van de Natuur opgericht, zodat we alle verschillende organisaties die zich met dit thema bezighouden konden verenigen en in solidariteit samen konden laten werken.

T
ijdens de COP21 in Parijs hebben wij de volgende stap gezet: wij hebben toen officieel het Internationaal Tribunaal van de Rechten van de Natuur opgericht. In de plaats van ons te richten op het hervormen of ontmantelen van het huidige systeem, zijn we dus begonnen met het opbouwen van een alternatief systeem waarin wij experimenten met het oprichten van instituties die wij graag zouden zien in de wereld. Het Internationaal Tribunaal van de Rechten van de Natuur is een volkerentribunaal ('Peoples Tribunal') dat de Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde en mensenrechten-verdragen toepast op gevallen van milieuvervuiling en ecologische ontwrichting.

Verlichtingsdenken

Wanneer een samenleving wetten maakt, weerspiegelen die wetten het wereldbeeld van die samenleving en vaak ook de wil van machtige groepering daarin. Machtige groeperingen in een samenleving hebben vaak veel meer invloed op wetgeving dan wie dan ook. Je kunt een klassen-analyse doen van wetgeving, maar ik denk dat het belangrijk is om te realiseren is dat de reden waarom onze bestaande wetgeving de exploitatie van de Aarde legitimeert, is omdat dat simpelweg de bedoeling is. Dat is geen toeval. De reden daarvan is dat ons juridisch systeem het product is van het Verlichtingsdenken van de 17e een 18e eeuw. Tijdens de Verlichting was de meest gebruikte metafoor voor de Aarde die van een horloge of een machine. Met andere woorden, dat van een levenloos, mechanistisch instrument dat je voor je eigen doeleinden kunt manipuleren. Als die metafoor zou kloppen, dan zou het geheel passend zijn om de Aarde te benaderen als eigendom, als een levenloos object, in de plaats van als levend wezen. Maar zoals zowel de oude wijsheidstradities en de moderne wetenschap ons vertellen is de Aarde een levend systeem. De metafoor en het wereldbeeld waarop ons (Westers) juridisch systeem is gebouwd, is onjuist.

Dat is de kern van ons probleem: we hebben ons juridisch, politiek en economisch systeem ontworpen op basis van aannames waarvan we dachten dat die klopten, maar die nu vals blijken te zijn. Dat heeft ons natuurlijk verlangen als organismen om te floreren, ademen en overleven verstoord. In de plaats dat we erkennen dat de beste manier om als mensen te floreren is door bij te dragen aan de gezondheid van het hele systeem, hebben we de conclusie getrokken dat wij het beste gedijen als we het natuurlijk systeem vernietigen en ecosystemen en dieren exploiteren. Dat is een potentieel noodlottige desillusie.

Klimaatakkoord

Het Klimaat-akkoord van Parijs is een belangrijke politieke prestatie is. Het is waarschijnlijk het beste akkoord dat politiek haalbaar was. Als je het akkoord daaraan afmeet, is het geslaagd. Maar als je kijkt naar wat er werkelijk nodig is om verdere klimaat-verandering te voorkomen, komt het ernstig tekort, want als je zelfs de niet-verbindende toezeggingen die de landen hebben gedaan bij elkaar optelt, stevenen we nog steeds af op een temperatuurverhoging van 2,8 of 3 graden, in de plaats van dat we onder de 1,5 of twee graden blijven.

Dit is misschien een goed voorbeeld van het verschil tussen de gevestigde manier van denken en de benadering van Aarde Jurisprudentie en Wild Law, dat gebaseerd is op het idee dat menselijke rechtssystemen onderdeel zijn van de wetmatigheden van de natuur en zich daaraan moeten aanpassen. Wild Law is 'Earth-driven': geïnspireerd door wat mensen en de Aarde nodig hebben om gezond te zijn. Het wordt niet ingegeven door het belang om BBP groei te behouden. Als we vanuit deze gedachte redeneren, zien we dat de natuur een limiet heeft gesteld: een verhoging van 1,5 graden ten op zichte van pre-industriële tijdperk met het daarmee corresponderende hoeveelheid maximum aan broeikasgassen. Dat is de limiet aan de hoeveelheid broeikasgassen die in de atmosfeer mogen worden uitgestoten voordat we het klimaat op een gevaarlijke manier destabiliseren. Over die limiet valt niet te onderhandelen en we zouden van die limiet uit moeten gaan bij het maken van internationale klimaatafspraken. Eigenlijk zouden we zelf terug moeten gaan naar de situatie van het pre-industriële tijdperk, want dat was de natuurlijke, gezonde balans. Wat we nu echter zien is dat het politieke proces, en de politieke bereidwilligheid, de norm bepaalt. Er zijn grenzen aan ons politieke en democratische systeem: over sommige dingen kun je niet onderhandelen of stemmen omdat het geen effect heeft op hoe de natuur werkt en welke grenzen de natuur stelt.

Valse oplossingen

Bovendien zijn de middelen die ingezet zullen worden om deze bescheiden reductie-doelstellingen te bereiken erg zwak. De oplossingen die tijdens de COP21 werden aangedragen waren zeer astract, waarin men niet alleen in CO2-emissies wil handelen – en zoals iemand ooit tegen mij zei: wanneer we het over CO2-handel hebben, dan hebben we het over handel in de afwezigheid van een kleurloos en geurloos gas! En nu spreekt men over biodiversiteit offsets en allerlei zeer abstracte derivaten en het verhandelen van zogenaamde ecosysteem services. Wat technologie betreft wordt er gesproken over het injecteren van zwaveldeeltjes in de atmosfeer om zonnestralen te blokkeren, zogenaamde “geo-engineering” en over het bemesten van oceanen om de groei van plankton en daarmee de opname van koolstofdioxide, te bevorderen. Geen van deze technologieën hebben zich bewezen, en ze zijn deel van een trend om naar steeds meer speculatieve, niet-geaarde oplossingen krijgen. Valse oplossingen, in onze ogen.

In psychologische termen kan je spreken over cognitieve dissociatie. Je raakt gedissocieerd van de realiteit en je probeert het klimaat-probleem te transcenderen in de plaats van het aan te pakken. Één van de redenen waarom dit gebeurt is dat mensen vertrekken vanuit het verkeerde uitgangspunt dat de economie behouden moet blijven, in de plaats van het uitgangspunt dat de Aarde behouden moet blijven. Om de economie in zijn huidige vorm te behouden moet je toevlucht nemen tot steeds abstractere mechanismen en nieuwe soorten activa creëren, zoals ecosysteem-services. Het maakt echter niet uit wat voor soort economie wij hebben, zolang die goed is voor de Aarde en voor de mensen. Ik denk dat er twee kampen zijn: een kamp van mensen voor wie de Aarde het belangrijkst is en die begrijpen dat het menselijk welzijn ontleent is aan het welzijn van de Aarde: als de Aarde gezond is, kunnen wij gezond zijn. Het andere kamp wil boven alles onze samenleving en economie in zijn huidige vorm behouden, ongeacht de gevolgen voor de ecologie.

Gegronde oplossingen

Toen wij vanuit het Tribunaal van de Rechten van de Natuur aan getuigen vroegen wat de oplossingen zouden zijn voor klimaatverandering en natuurherstel, aangezien wij ons bezighielden met herstelrecht en met concrete oplossingen om de ecologische schade te herstellen, kregen we oplossingen die allemaal nuchter, down to earth en praktisch waren. Variërend van 'keep the coal in the hole and the oil in the soil', met andere woorden, laat de fossiele brandstoffen in de grond, tot duurzame energie en biologische landbouw-oplossingen die binnen handbereik zijn en echt werken.

Wij hebben bijvoorbeeld een vonnis geveld over de Great Barrier Reef, Australië. Dat wordt bedreigd, onder andere doordat er een grote kolenmijn wordt ontwikkeld in Queensland waardoor ze de haven naast de Great Barrier Reef aan het uitbouwen zijn zodat er meer scheepvervoer van de kolen mogelijk is. Er zal vervuiling zijn door deze kolenwinning en kolentransporten en uiteindelijk zullen de kolen natuurlijk verbrand worden wat de opwarming van de Aarde en de verzuring en opwarming van de oceanen zal verergeren. De verzuring en opwarming van de ocean kan mogelijk fataal zijn voor het voortbestaan de Great Barrier Reef. Als je naar die situatie kijkt, is het duidelijk dat het eerste dat je moet doen het stopzetten van de kolenexport is. De kolenexport is immers de hoofdoorzaak van de schade. Het stoppen van de kolenexport kan gevolgen hebben voor de economie en voor de werkgelegenheid, maar het zal niet levensbedreigend zijn voor mensen zoals de vernietiging van het rif levensbedreigend is voor miljoenen prachtige wezens die in het rif huizen.

Een andere mogelijke maatregel die in harmonie is met het welzijn van de Aarde is dat 80% van de intacte regenwouden zich bevinden in gebieden die bevolkt worden door inheemse mensen en lokale gemeenschappen die in harmonie met de natuur leven. Als je de reden hiervoor onderzoekt ontdek je dat de inheemse culturen er niet op gericht zijn om de bossen te vernietigen en daarom zijn ze behouden. Dat suggereert dat een deel van de oplossing om ontbossing tegen te gaan te maken moet hebben met het beschermen en uitbreiden van de rechten van inheemse volkeren om regenwouden te beschermen en te beheren en 'hoeders' van die gebieden te zijn. Inheemse volkeren observeren de natuur en luisteren er goed naar. Ze merken een imbalans in het natuurlijk systeem snel op en zoeken dan naar geschikte manieren om de imbalans te herstellen. Ze zijn het meest bij machte om het natuurgebied goed te beheren. Je wilt niet de situatie zoals die nu is in stand houden, waarin mensen in vergaderzalen aan de andere kant van de wereld kunnen beslissen over het lot van een regenwoud op basis van kwartaalcijfers.

Biologische landbouw is er ook zo'n praktische oplossing: dat leidt tot meer koolstofopslag in de Aarde, hogere kwaliteit van het voedsel, gezondere mensen en minder vervuiling. Al deze positieve resultaten zouden geboekt worden en uit ervaring weten wij dat biologische landbouw dat kan bewerkstelligen. Belangrijk is ook dat deze 'gegronde' oplossingen veel problemen tegelijkertijd kunnen oplossen. Klimaatverandering is slechts één van de uitdagingen waar de mensheid mee te maken heeft. We hebben ook te maken met de vermindering van vruchtbaar land, met verlies van biodiversiteit, met vervuiling van zoet waterbronnen, etc. Het abstracte denken dat je terugziet in de oplossingen die vanuit COP21 worden aangedragen, is slechts gericht op het oplossen van één specifiek probleem. Met andere woorden, het zijn geen geïntegreerde, holistische benaderingen. Klimaatverandering is uiteindelijk niet het echte probleem. Klimaatverandering is een symptoon van een systemisch probleem en er zijn vele andere symptonen. En een systemisch probleem vereist een systemische oplossing, en dat dragen wij aan.

Onderdrukking van het vrouwelijke

De kwestie van de onderdrukking van het vrouwelijke principe is een thema dat expliciet werd aangevoerd door een aantal inheemse vertegenwoordigers tijdens de zitting van het Tribunaal. Aan de ene kant kan je dat als een abstract of spiritueel probleem zien, maar aan de andere kant zijn er heel praktische voorbeelden van. Als je kijkt naar het fracken zoals dat nu gedaan wordt in de Verenigde Staten, kun je dat zien als een heel symbolische uiting van het verkrachten van Moeder Aarde. Er worden gaten geboord in de Aarde en giftige substantie wordt diep in haar geinjecteerd. Metaforisch is dit heel symbolisch voor een mannelijke, penetrerende, dominante en onderdrukkende energie. Maar wat je eveneens ziet, is dat in de gebieden in Noord-Amerika waar gefrackt wordt er een plotselinge toestroom is van mannen die in de fracking industrie werken en die in zogenaamde 'mannen-kampen' gaan wonen en dat verkrachtingen en prostitutie toenemen. De dominante, verwrongen mannelijke energie die tegen de Aarde wordt gebruikt is vaak verbonden met het patriachaat en met geweld tegen- en dominantie van vrouwen. De inheemse vertegenwoordigers verklaarden dit gedeeltelijk als gevolg van een imbalans tussen de mannelijke en vrouwelijke energie. Patriachale systemen die gebouwd zijn op macht en dominantie, neigen ernaar om zowel de vrouwen als de Aarde te onderdrukken. We moeten manieren zoeken om dat tegen te gaan, een gedeeltelijk betekent dit dat we moeten kijken naar hoe macht wordt uitgeoefend in de samenleving, want het is vaak misbruik van macht die leidt tot allerlei schade.

Heft in eigen handen

Het is niet perse ons streven om de rechten van de natuur beschermd te krijgen binnen het systeem van de Verenigde Naties. Volgens ons is het bestaande systeem gebaseerd op een verkeerd fundament. Het zou ontzettend veel energie kosten om het bestaande systeem te ontmantelen en een nieuw systeem op te bouwen. Dat staat gelijk aan het bestormen van de Bastille of de regering met geweld afzetten, waarbij je zelf ook geweld gebruikt om te doen wat jij wilt doen, maar het verandert het systeem niet op een fundamentele manier. Wat wij proberen te doen, is zeggen 'we hebben het geprobeerd door regeringen te lobbyen, we hebben de Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde ingediend bij de VN en de officiële instituties gevraagd om alsjeblieft te veranderen, maar grote bedrijven zijn beter in lobbyen en hebben meer geld dan wij. Daar kunnen wij niet tegen opboksen. In zekere zin geven wij onze macht uit handen als we een ander verzoeken om te veranderen en in onze plaats het systeem te veranderen'.

Daarom hebben wij besloten om ons eigen systeem op te bouwen waar mensen naar kunnen overlopen. Wij vragen de VN niet om toestemming om het Internationale Tribunaal van de Rechten van de Natuur op te richten of om zittingen te houden, we doen het simpelweg. Het zou fantastisch zijn als de VN zich bij ons initiatief aansluit, en de Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde aanneemt, maar daar gaan wij niet op zitten wachten. Wij gaan door met onze koers, wij experimenteren en pioneren en proberen te ontdekken of deze benadering werkt en vruchtbare resultaten oplevert. Onze hoop is dat, alhoewel we geen politie-macht tot onze beschikking hebben om onze vonnissen af te dwingen, des te meer mensen en organisaties overlopen van het bestaande systeem naar het nieuwe, opkomende systeem, des te krachtiger deze systemen worden. Toen Galileo en Copernicus zeiden dat de Aarde om de zon draait in de plaats van omgekeerd, weigerden de autoriteiten om dit te accepteren en de kerk verketterde Galileo. Maar op een gegeven moment tussen toen en nu, veranderde men van mening. Er kwam een kanteling in de manier van denken en kijken. Deze kanteling werd niet met geweld afgedwongen: die kwam tot stand door een beter alternatief te creëren. En dat is wat we hopen te doen met het Tribunaal. Wanneer er maar genoeg mensen 'overlopen', zullen de politici hen op een gegeven moment gaan volgen en zullen ook zij overlopen. Ook al kan lobbyen effectief en op zijn plaats zijn, wij hebben ervoor gekozen om zelf onze agenda vast te stellen en onze energie te besteden aan het bouwen van de betere wereld zoals we die graag willen zien.

Aardewerker Manon Danker

***Dit interview verschijnt binnenkort***